![]() |
|
© wijnmens |
|
Recente entries Vlaamse Wijnblogdagen XV - Zuid-Afrika Vlaamse wijnblogdagen XIV: The perfect wine-foodmatch. Vlaamse Wijnblogdagen XIII: V van... Verloren flessen Changez! deel 2 : Bubbels Vlaamse Wijnblogdagen deel XI: Het beste wijnboek. Categorieën Alle categorieën Algemeen (6) Bier (1) Etentje (5) Kooksessies (4) Proeverijtjes (5) Vlaamse Wijnblogdagen (14) Links Apriori te Haaltert Leuke chambre d’hôte - Drôme Provençale. Archief per dag 15/06/10 03/04/10 06/02/10 05/12/09 31/10/09 04/10/09 26/09/09 14/09/09 05/06/09 04/04/09 07/02/09 12/01/09 29/11/08 16/11/08 05/10/08 02/08/08 07/06/08 19/05/08 13/05/08 05/04/08 02/02/08 29/12/07 10/11/07 02/10/07 01/10/07 09/09/07 06/08/07 05/08/07 03/08/07 21/07/07 15/07/07 01/07/07 29/06/07 27/06/07 |
Dineetje onder vrienden.04/10/2009 - Etentje
Af en toe verandert wijnmens in kookmens en heeft hij zin om eens uit te pakken. Zeker als er twee gerenommeerde lekkerbekken over de vloer komen.Als aperitief voorzag ik twee verschillende champagnes. Eerst een loepzuiver buitenbeentje van puur pinot meunier. De cuvée Les Beguines van Jerôme Prevost is een zeer droge, ragfijne, minerale en complexe champagne met veel structuur die aantoont dat ook pinot meunier grote champagne kan geven. We waren allen ten zeerste onder de indruk van deze wijn, zeker als je weet dat Prevost nog geen tien jaar ervaring heeft en dat zijn terroir niet meteen het meest fantastische is – zijn eigen woorden – met een moeilijke zandbodem én dat de druif algemeen wordt aanzien als minderwaardige vulling voor champagne. Het wordt wel duidelijker als je weet dat Prevost zijn ervaring opdeed bij grootmeester Selosse (hij vinifieerde zijn eerste wijnen in diens kelder) en dat hij werkt met spontane vergisting. Prevost verkocht zijn druiven vroeger aan Laurent Perrier, vandaar dat ik ook daar mijn tweede champagne ging zoeken. Nu ben ik niet meteen een grote fan van de ‘grandes marques’, maar voor de cuvée Grand Siècle van Laurent Perrier maak ik graag een uitzondering. Deze specifieke fles stamde nog uit de late jaren 1980 en had nog het oude etiket. Eigenlijk wel een beetje een risico, volgens de boekjes: non-vintage champagne zou toch niet kunnen ouderen? Larie en apekool. Goede champagne kan wel wat mee, op voorwaarde dat hij goed bewaard werd. Hier kwam een verrassend frisse, eerder volle champagne in het glas, met een flinke schep getoast brood en een ellenlange afdronk. Tijd om aan tafel te gaan. Voor het menu deed ik beroep op de prachtige kookboeken van Kristof Coppens van Apriori. Ik haal vaak inspiratie uit deze boeken, want naast een goede combinatie van smaken is de chef ook een topper als het op presentatie aankomt. Als voorafje ging ik voor een mengsel van king crab en tapenade van zwarte olijven, rolletjes van courgette en tuinkers. Als ik ooit een laatste maaltijd zou mogen kiezen, dan zal het hoogstwaarschijnlijk deze reuzenkrab zijn, maar dan wel zo natuurlijk mogelijk, want hier neemt de tapenade toch een beetje de overhand op het fijne krabvlees. Eigenlijk jammer van de krab, dacht ik. Krab, tapenade, courgette… niet zo eenvoudig om hier een wijn bij te geven. Vooraf had ik gepland om hier verder champagne bij te drinken, maar op het moment zelf besliste ik om de wijn die ik voor het volgende gerechtje voorzien had, een plaatsje naar voor te schuiven. De witte Rioja van Allende 2002 werd door sommigen voor een chenin blanc gehouden, met dat licht oxidatieve toetsje boenwas in de mond en het appelzuurderig droge mondgevoel. Niet dus, wel malvasia van oude stokken. En mooi. Zeer mooi. Vervolgens een stukje tonijn, heel kort aangebakken in wat olijfolie en vervolgens gemarineerd in een mengsel van Luikse siroop, olijfolie en sojasaus. Nog even door zeer fijn gesnipperde bieslook rollen en tenslotte op wat in de oven gegaarde paprika serveren met wat zoete ui. Daarna mijn befaamde ‘hamburger’ van schijfjes rauwe Sint-Jakobsvruchten met carpaccio van rund, zongedroogde tomaat en lamsoor met parmezaan… Bij deze twee voorgerechtjes verscheen een wijn waarvan ik vroeger altijd las dat ie eigenlijk toch zijn reputatie geen eer aan deed. De afgelopen twee jaar besefte ik al enkele keren dat je niet altijd alles moet geloven wat je leest: deze Château Grillet was van het oogstjaar 1991, terwijl mijn gasten ergens rond 2000 zochten. Het blijft natuurlijk een vrij zuidelijke wijn met een stevige alcoholvulling, maar tegelijk toch ook een frisse aciditeit die de wijn zeer verteerbaar houdt. In afwachting van het stukje ree dat lag te wachten om in de pan terecht te komen, trok ik een Château l’ Arrosée 1986 open. Mijn gasten waren in de wolken door de finesse en lengte van deze wijn, ikzelf vond de wijn best wel lekker, maar werd er warm noch koud van, wat bij één van mijn gasten de opmerking ontlokte “Binnen een aantal jaren zal je dit soort wijnen wel leren appreciëren.” We zien wel. Vooraf had ik nog niet vastgelegd welke wijn ik bij de ree zou schenken, maar in de loop van het gesprek werd terloops iets gezegd over Californische cabernets en zo kwam ik tenslotte bij de Ridge Montebello 2001 uit, een donkere wijn uit het boekje met een fijne neus van zwarte bessen en een flinke snuif witte peper. Terwijl mijn ene gast vooral het Nieuwe wereldkarakter opviel, was de andere oprekt verrukt over de fijnheid, het evenwicht en de mineraliteit van deze wijn – en wie ben ik om hem daarin tegen te spreken. Bij het trio geitenkaasjes kwam de Vin de Table (en niet de bekendere Sancerre) ‘Les Monts Damnées’ van de gebroeders Cotat uit het schitterende jaar 2002 volledig tot zijn recht, ook al waren mijn disgenoten niet echt onder de indruk – niet echt hun stijl van Loirewijn… Wijn en emotie.16/11/2008 - Etentje
Heel af en toe lees je wel eens over iemand die overmand wordt door emoties bij het degusteren van een uitzonderlijke wijn.Zo kan je lezen dat je de Corton Charlemagne blootshoofds en op de knieën gezeten moet proeven en dat Parker tot tranen toe bewogen werd bij het proeven van een fles Château Cheval Blanc 1947. Flauwekul? Zever? Mietjes? Tot voor kort dacht ik er inderdaad zo over, tot ik in Frankrijk in het mooie restaurant “Le Jardin des saveurs” bezocht. Niet alleen een heel verzorgd kader en fijn voedsel op sterrenniveau, maar vooral ook een fabelachtige wijnkaart met meer dan redelijke prijzen. Werkelijk alle wijnregio’s van Frankrijk komen er aan bod, met de nadruk op wijnen uit de Rhône, zowel wit als rood. De coëfficiënt ligt hier nog niet eens op twee, zodat heel wat grote wijnen aan belachelijke prijzen op tafel kunnen komen. Vroeger was het in Frankrijk bijna een traditie dat je bij de lunch minstens een halve liter wijn dronk, om er dan bij het avondmaal eens echt voor te gaan… Tegenwoordig wordt rijden onder invloed steeds meer bestreden en de alcoholcontroles op de weg nemen steeds meer toe. Vandaar dat meer en meer restaurants een ‘doggybag’ voor wijn voorzien. Op de wijnkaart staat steeds meer vermeld dat je wat er in je fles rest mag meenemen. Na het aperitiefglaasje champagne kozen we voor een salade met schaaldieren en zomertruffel waarbij een superbe Mourgues du Gres 2006 viognier in het glas kwam. De druif geeft maar al te vaak te expressieve en overweldigende aroma’s die je de zin in een tweede glas vaak ontnemen, maar hier hadden we een schitterend voorbeeld van een goed glas wijn op tafel. Een opstuivend boeket van veldbloemen, amandel en perzik kriebelde zacht aan onze neus, de smaak vulde dit verder aan met heel frisse zuren, een niet overdreven vettigheid en een fenomenale lengte. Deze wijn, gemaakt door de ex-oenoloog van Lafite Rothschild, komt zeker in mijn kelder terecht. Bij de perfect gegaarde duif met morilles (mijn favoriete paddenstoel) wou ik eens een echt grote wijn proeven : de Cuvée reserve 2001 van het Domaine Clos du Caillou uit Châteauneuf-du-Pape kreeg van de heer Parker de volle 100 punten en stond hier voor een schamele 80 euro op de kaart – veel geld, maar ik ken in België veel restaurants waar ze dit voor een 1er cru uit Bourgogne (of zelfs minder) durven vragen... De meer dan competente sommelier Dalia Fouillet, echtgenote van de chef en niet voor niets al enkele keren hoog geëindigd op het ’championnat du meilleur sommelier de France’, raadde me af om de wijn te decanteren, gezien ik gevraagd had om de rest van de fles mee naar huis te nemen. Bij het proeven van de wijn kon ik even geen woord meer uitbrengen (wie mij kent weet dat dit eigenlijk niet zo vaak voorkomt): dit was voor mij de meest verbijsterende, complete, evenwichtige, gevulde en hemelse wijn die ik al ooit proefde. Kwam het door wat ik vooraf reeds gedronken had, door de ontspannen sfeer en het feit dat ik met enkele geliefden aan tafel zat, of door de wijn zelf? Ik weet het niet, feit is dat ik de tranen in de ogen kreeg van gelukzaligheid. Voor het eerst in mijn leven werd ik oprecht ontroerd door een wijn. Nooit had ik kunnen vermoeden dat dit mij ooit zou kunnen overkomen. Vreemd genoeg bleek de wijn bij mijn thuiskomst heel snel geëvolueerd te zijn. Nog steeds een prachtig glas wijn, maar niet meer die absolute perfectie van in het restaurant, een bewijs te meer dat sfeer en omgeving ook onze perceptie van smaak bepalen. Voor mij is het alvast zeker : volgend jaar ga ik opnieuw naar dit restaurant en bestel ik dezelfde wijn – de sommelier verzekerde me dat er nog wel wat flessen overbleven. Die van mij is alvast gereserveerd. Moleculaire keuken – deel 229/12/2007 - Etentje
Niet dat we nu zo onmiddellijk warmliepen voor die moleculaire keuken, maar ze kan wel enkele verrassende elementen in een gerecht brengen. Wat moleculair koken is? Eigenlijk is het ‘koken op een wetenschappelijke manier’, waardoor in het beste geval gerechten veel meer smaak krijgen en in de eenvoudigste vorm enkel de textuur van de producten gewijzigd wordt. Een voorbeeld van de eerste vorm is het garen op lage temperatuur. Je moet hiervoor de voedingsmiddelen in een vacuumzak stoppen en dan in een Rönerbad leggen (een Röner is een warmwaterbad waar het water constant in beweging is en waar het water steeds dezelfde temperatuur heeft) gedurende een vrij lange periode. Zo maakte ik al een op lage temperatuur gegaarde eendenborst die gedurende twee uur op 60°C in de Röner moet. Door dit procédé blijft alle smaak en alle ‘jus’ mooi in het vlees. Deel 2 van mijn studieronde om wat meer inspiratie op te doen, dus. Na ’t Zilte (onlangs nog bekroond met een tweede Michelin-ster) togen we nu naar het pittoreske dorpje Haaltert bij Aalst om er Kristof Coppens van restaurant Apriori te ontmoeten. Deze chef volg ik al een aantal jaren vanop een afstand. Hij schreef immers in 2001 het boekje “Kristof Coppens kookt zuiderse smaken” waaruit ik heel wat inspiratie haalde om eenvoudige en feestelijke gerechten te bereiden. Dit jaar verscheen “Kristof Coppens, de beste recepten van apriori” in de reeks “Just Cooking”, waarin hij een hele stap verder zet in de moleculaire keuken. Op een gure zondagavond bleken er slechts vier tafeltjes bezet in het restaurant aan de kerk van Haaltert. Stemmig strak interieur, eenvoudig en verfrissend, ook qua kleurgebruik. Het onthaal was warm en vriendelijk en je voelt je onmiddellijk thuis. Na het lekkere glaasje champagne – de ober kon ons niet meteen zeggen waar deze vandaan kwam, maar de bijgeroepen sommelier maakte dit meteen meer dan goed – kozen we voor het degustatiemenu “Culinair gedicht”. We twijfelden toch nog even of we wel het volledige menu zouden nemen, maar het gerecht dat dan weg zou vallen leek ons té lekker om het niet te proberen – we zijn immers allebei verzot op Sint-Jacobsvruchten… Ik heb het geluk een echtgenote te hebben die (bijna) geen wijn drinkt, dus probeerde ik nog eens het menu ‘met aangepaste wijnen’. Meestal bestaat de selectie ‘aangepaste wijnen’ uit een amalgaam van wijnen die echt wel de deur uitmoeten of die hypergoedkoop zijn. Het ergste voorbeeld hiervan was toch wel die avond in de Villa Lorraine waar we drie wijnen kregen die samen de 10 euro niet overschreden kunnen hebben, maar waar men toch 45 euro pp voor vroegen. Bij Apriori waren de aangepaste wijnen echter echt aangepast aan de gerechten! Niet eenvoudig als je de combinaties van smaken uit het menu bekijkt!! Een dikke pluim dus voor zowel chef als sommelier… Het culinair gedicht begon met een mooie “Makreel ‘koud-warm’ gekoeld in tartaar verwerkt en op het moment warm gerookt met een gekoeld soepje van aardappel”. Eindelijk eens geen kreeft of tarbot, maar een vis waar de meeste chefs hun neus voor ophalen (meestal omdat ze niet creatief genoeg zijn om er iets moois mee aan te vangen). Lekker. De “Gebakken Sint-Jacobsvrucht met schorseneer en gelakt Iberico-spek, zalf van aardpeer en tempura van varkenspoot.” Was het gerecht van de avond! Heerlijke combinatie van de verschillende smaken, waarbij het zoet-romige van de Sint-Jacob perfect overging in de zalf van aardpeer en het zoete van de schorseneer. Top! Dit is één van de betere gerechten van dit jaar. De “Snoekbaars met risotto van saffraan en soepje van bouchot-mosseltjes” was wel ok, maar ik ben niet echt een liefhebber van saffraan en de risotto heb ik eerlijk gezegd al beter gehad. “Fazantenborst langzaam gegaard met gesmolten ganzenlever en gebakken witloof, bloedworst met appel, rozemarijn en agar van veenbessen met krokant van amandel” was heel lekker zonder dat ik er echt van achterover viel. We sloten af met een mooi “Warm schuim van peer en chocolade, brownie van Madagascar-chocolade, chutney en sorbet van peer”. Alles bij elkaar een mooi menu, met voldoende variatie. De kwaliteit was inderdaad een Michelinster waard, hoewel we elders minstens even goed aten. Opvallend was de mooie en evenwichtige integratie van de moleculaire keuken in de moderne gastronomie. En dan… la douloureuse… We betaalden voor dit complete menu, inclusief champagne en koffie net 80 euro pp, wat van Apriori de absolute topper maakt wat betreft prijs-kwaliteit! Aanrader!! Moleculaire keuken - deel 110/11/2007 - Etentje
De laatste jaren beginnen grote chefs te beseffen dat ook zij recht hebben op een gezinsleven en vrije weekends, en dus wordt het steeds moeilijker om restaurants op zondag open te vinden. Mede daarom reden wij ongeveer 150 kilometer om te lunchen in restaurant ’t Zilte in Mol. Hier bedrijft men de moleculaire keuken die bekendheid verwierf door de Spaanse topchef Adrian Ferra en zijn restaurant El Bulli. (Gezien de ligging van ’t Zilte sprak een vriend van mij hier liever over ‘atomaire keuken’…)Aan de rand van Mol, langs een rustige invalsweg, is ’t Zilte gevestigd in een vrij eenvoudige en klassieke burgerwoning. Het interieur is sober en heel klassiek. Je zou hier op het eerste gezicht niet spontaan aan een vernieuwende keuken denken. De absolute trendsetter is dit restaurant echter niet, hier is echter wel een chef aan het werk die de extremen van de moleculaire keuken een beetje afvlakt en een mooie combinatie kan maken met een keuken die je wel niet echt klassiek kan noemen, wel moderne technieken toepast die hun kwaliteiten reeds bewezen hebben en stilaan klassiekers worden. Dus : geen overdreven gebruik van espumas, artificiële bereidingen en schokkende smaken. Wel een uitermate mooie combinatie van smaken, weliswaar met enorm veel ingrediënten die toch zeer functioneel zijn en heel complexe en smaakvolle gerechten geven. We waren ook tevreden over de gegeven hoeveelheden. Niet dat we zo’n grote eters zijn, de laatste tijd zijn we toch al in enkele mooie restaurants met honger buitengekomen. Natuurlijk is smaak en vernieuwing heel belangrijk als je een toprestaurant bezoekt, maar we gaan toch ook op restaurant om gevoed te worden… We kozen voor het menu “smaaktendens” en zagen eerst bij het obligate glaasje champagne een viertal schitterende appetizers op ons bord verschijnen. Nadien begonnen we aan het echte menu – natuurlijk niet nadat we een keuze maakten uit de uitgebreide wijnkaart. Hier viel het ons vooral op dat er voornamelijk grote namen in de kelder lagen, geen echte trouvailles, wel enkele elders bijna onvindbare en misschien niet bij het grote publiek bekende producenten. De prijzen zijn hier niet mals, maar in het algemeen ook niet (g)astronomisch hoog. We kozen voor twee Bourgognes : een grand cru Valmur van Raveneau en een Premier cru van Denis Mortet. In onze keuze werden we bijgestaan door een bevallige jonge sommelière die haar vak goed kende en tegelijk bescheiden genoeg was om te kunnen toegeven als ze bepaalde details niet wist. Een echte verademing na de vele alwetende wijnkelners (zo dachten ze toch zelf) die een totaal verkeerde wijn aanraden bij een gerecht. We waren nog meer onder de indruk van deze jonge dame doordat de gerechten uit het menu nu niet onmiddellijk de meest eenvoudige smaakcombinaties bevatten… Om u een idee te geven : Sandwiches van rundstartaar à la minute met auberginepulp en lichte gelei van koningskrab ; crème van parmezaan en sojamelk Bretoense langoustine gemarineerd met citroencrème, luchtige hazelnootboter, eitjes van horsmakreel en bloemkool ; rasp van bloemkool met luchtige inktviscrème en strips van rettich met tamarinde. Mousseline van artisjok en kort gegaarde schelpjes met parfum van ijzerkrijd, griet en structuren van olijf en chips van knoflook Krokantje van maïs met crème van verse geitenkaas gevuld en coulis van peterselie. Gebakken zwezerik met zomertruffel en escabeche van champignons. Filet van wilde eend met pancetta gevuld, risotto van spelt, bonbon van ganzenlever en raapjes met half gedroogde druifjes en geraspte macadamia. Een verfrissend gebruik van vergeten kruiden en onbekende graansoorten, samen met de hoge kwaliteit van de producten en een doordacht aanwenden van de nieuwe kooktechnieken, gecombineerd met de down-to-earth bediening maakten dat we volstrekt voldaan buitengingen. Natuurlijk moet je hier niet voor de klassieke Franse keuken komen, maar als je wel iets nieuws én degelijks wil, is this the place to be. Oh ja : la douloureuse… We betaalden net geen 800 euro voor vier personen (waarvan ongeveer een kwart voor de drank) en vonden dat we waar kregen voor ons geld. (en eigenlijk is dat een beetje gelogen : ik moest niet zelf betalen. Bedankt, F&J!) Hemel op aarde06/08/2007 - Etentje
Net een hemels etentje bij een goede vriend van mij achter de rug. Niet enkel het eten was goddelijk, ook de wijn was niet echt van deze wereld.Mijn gezellige vriend en zijn prachtige vrouw hadden ons een dineetje uit de duizend voorgeschoteld : om te beginnen was er een glaasje champagne, waarschijnlijk een Bollinger Grande Cuvée (eigenlijk weet ik dit niet zeker, maar de man in kwestie kennende zal het dit wel geweest zijn). Nog als aperitief, maar dan bij de hapjes, schakelden we al een eerste versnelling hoger : Laurent Perrier Grand Siècle. Een champagne naar mijn hart en tegelijk veel fijner en frisser dan de eerste champagne, maar ook veel gevulder en romiger. Het voorgerecht bestond uit een eenvoudig doch voedzaam gegrild kreeftje met een zachte kruidenboter. We kregen er blind twee witte wijnen bij. De eerste wijn had al een iets vollere kleur door de ouderdom, dacht ik eerst. Maar bij de eerste snuif aan mijn glas kwam die o zo speciale en typische geur van kweepeer en boenwas naar boven. Ik ben niet voor niets naar de Loirevallei gegaan om de Savennières te leren begrijpen, schoot het me door het hoofd. Die complexiteit en die diepte : dat kon alleen maar Coulée de Serrant zijn. Nicolas Joly maakt een schitterende biodynamische chenin blanc op de steile oevers van de Loire. Onze tafelgenoot vond de wijn echter wat zoeterigs hebben, waar ik hem volledig moest gelijk in geven. Ik dacht dus aan een warm jaar als 2003, wat ook zo bleek te zijn. Ik ga mijn laatste fles toch nog een paar jaar bewaren om te zien hoe dit evolueert. De tweede witte wijn had een zeer jong-bleke kleur. In de neus was er eerst iets rokerigs en wat gebrand hout, wat na een tijdje overging in iets ongrijpbaars lekkers. Het bleek een Château Grillet te zijn. Hier had ik nooit viognier in vermoed (dit was trouwens een wijn die ik nog nooit in mijn leven had gedronken). Maar de grootste verrassing kwam pas bij het ontbloten van het etiket : dit was een 1991! Wie zei er ook weer dat viognier niet kan ouderen??? Na het kreeftje was het de beurt aan een klein stukje côte à l’os, zo’n slordige 4 kilogram voor vijf personen, schat ik. Ook hier weer twee wijnen bij. De eerste rode wijn was enorm strak en precies en had die typische geur van gerookt spek : duidelijk een syrah. De kleur was schitterend (in de beide betekenissen van het woord) en in de mond vulden de fijne zuren de strakke structuur van de wijn perfect aan. Ik schatte de leeftijd van de wijn op een goede zes – zeven jaar. Verder dacht ik dat het alleszins een Noordelijke Rhônewijn was. Het bleek de Ermitage Le Pavillon van Chapoutier te zijn uit… 1992. Deze sélection parcellaire is ook en biodynamische wijn die eigenlijk altijd schitterend is. Ik heb het genoegen gehad om deze wijn al in een aantal millésimes te mogen proeven, en steeds is dit een prachtwijn. Niet enkel de gemediatiseerde jaren als 1990, 1991, 1995, 1999 en 2001 waren top, ook de zogenaamde mindere jaren als deze 1992, 1993,1994 en 1997 steken met kop en schouders boven alle gehypete bordeaux en bourgognes uit. Zoek gerust naar deze mindere jaren : deze zijn nog min of meer betaalbaar (toch voor zo’n quasi onvindbare wijn als deze) en van kwaliteit zijn ze super!!! De tweede rode wijn was zo mogelijk nog zeldzamer. De kleur was al bijna bruin, niet super geconcentreerd en precies niet helemaal helder. In de neus een flinke schep boerenerf (brett??) en ’t putteke, die zich echter vrij snel ontplooide en een brede complexiteit tentoon spreidde. In de mond een vrij sterke alcoholische warmte die zeker niet stoorde en die de smaken van humus en geconfijte kriek perfect droeg. Het bleek een Château Rayas 1999 te zijn. Ik had deze wijn een jaar of vier geleden al eens gedronken, en toen vond ik dit – samen met een Ausone 1983 – de wijn met de grootste finesse aller tijden. Bedriegt de herinnering mij of heeft deze wijn meer aan kracht gewonnen? Geen paniek : dit is zeker geen megageconcentreerde blockbuster, de finesse en de complexiteit zijn zeker nog present, maar het is niet meer dat zijdezachte van vroeger… Bij de Schwarzwalderkirchetorte werd een flesje Niepoort Vintage 1985 onherroepelijk door de gootsteen gekieperd wegens azijnsteek. In de plaats kwam er een uiterst zeldzame zoete rode wijn uit Umbrië : Sagrantino 1997 van Paolo Bea. Ook weer biodynamisch – zeer lage rendementen van 15 hl/ha en een totale productie van nog geen 1000 flesjes (van 50cl). Om toch in schoonheid af te sluiten kwam er nog een Troplong Mondot 1995 op tafel. Een perfect rijpe Saint Emilion uit een groot jaar die finesse combineert met een schitterende ruggengraat. Een ijzeren hand in een fluwelen handschoen, als het ware. En de nasmaak, die heb ik nog steeds in mijn mond… Thuisgekomen vroeg ik me af waarom ik eigenlijk niet meer zulke vrienden heb… |
Even voorstellen...
Ik ben genetisch bepaald om gepassioneerd te zijn door gastronomie, wijn, bier en gedistilleerd. Mijn grootouders aan vaderskant hadden een café, mijn grootvader aan moederskant maakte zijn eigen cider, mijn moeder is een echte keukenprinses en één van mijn vroegste herinneringen is er één aan mijn vaders wijnproefclubje. Tegenwoordig ben ik onafhankelijk freelance sommelier-zonder-diploma en kan je me bij verschillende bedrijven kook-, wijn-, bier- en whiskycursussen en -degustaties zien geven. Ik drink nooit wijn voor het ontbijt en ik ben geïnteresseerd in alle wijnstijlen, -regio’s en –landen. Het is mijn bedoeling die open geest altijd te behouden. Op deze blog zal je kunnen lezen wat er een wijnmens zoal bezighoudt in de wondere wijnwereld. |