Ikwilwijn.be
Avonturen van een wijnmens
©  wijnmens

Recente entries
Vlaamse Wijnblogdagen XV - Zuid-Afrika
Vlaamse wijnblogdagen XIV: The perfect wine-foodmatch.
Vlaamse Wijnblogdagen XIII: V van... Verloren flessen
Changez! deel 2 : Bubbels
Vlaamse Wijnblogdagen deel XI: Het beste wijnboek.

Categorieën
Alle categorieën
Algemeen (6)
Bier (1)
Etentje (5)
Kooksessies (4)
Proeverijtjes (5)
Vlaamse Wijnblogdagen (14)

Links
Apriori te Haaltert
Leuke chambre d’hôte - Drôme Provençale.

Archief per dag
15/06/10
03/04/10
06/02/10
05/12/09
31/10/09
04/10/09
26/09/09
14/09/09
05/06/09
04/04/09
07/02/09
12/01/09
29/11/08
16/11/08
05/10/08
02/08/08
07/06/08
19/05/08
13/05/08
05/04/08
02/02/08
29/12/07
10/11/07
02/10/07
01/10/07
09/09/07
06/08/07
05/08/07
03/08/07
21/07/07
15/07/07
01/07/07
29/06/07
27/06/07



Vlaamse Wijnblogdagen XV - Zuid-Afrika

15/06/2010 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 3  - Reageer

 

Vlaamse Wijnblogdagen XV - Zuid-AfrikaIk heb het eigenlijk nooit goed begrepen. “Wat is je favoriete wijnland?” vraagt men mij wel eens. Hoe kan je nu een favoriet wijnland hebben? Alsof alle wijnen uit een bepaald land eenzelfde kwaliteit hebben. Wijnen uit van hetzelfde perceel, hetzelfde dorp, dezelfde appellatie, dezelfde regio zijn al zo verschillend, hoe zouden dan wijnen uit hetzelfde land eenzelfde smaak, laat staan eenzelfde kwaliteit kunnen hebben. Volgens mij heeft een bepaalde voorkeur voor een grotere groep wijnen meer te maken met de voorkeur voor een bepaald type van wijn, een zekere stijl, die deels bepaald wordt door een zekere geografische ligging en een cultureel bepaalde productiewijze, maar ook zeker zoveel door het druivenras, het specifieke terroir – en natuurlijk het klimaat – en de individuele wijnmaker.
Zuid-Afrika stond erom bekend om zeer fruitige, licht overrijpe wijnen te maken die meestal wat jammy aandoen, vaak dan nog met een overdaad aan alcohol.

In de jaren ’80 en ’90 kende deze stijl een groot succes in Europa, als reactie op de vaak te gestructureerde Franse en te zurige Italiaanse wijnen (kijk, nu veralgemeen ik zelf ook al). Aan het begin van deze eeuw begon men stilaan echter te beseffen dat die overoaked geconcentreerde fruit- en alcoholbommen – die men trouwens in elke wijnregio maakt, niet enkel hier - gastronomisch niet zo ideaal waren, ook al waren deze wijnen zeer vriendelijk geprijsd. Ook in Zuid-Afrika zelf besefte men dit en het land zond zijn zonen uit, op zoek naar de nodige kennis om fijnere, elegantere en evenwichtiger wijnen te maken. Deze nieuwe generatie wijnbouwers was niet meer op zoek naar concentratie en fruit, maar naar zachtheid en fraîcheur (de bij collega Disaster besproken Eben Sadie is daar een mooi voorbeeld van). Ik koos twee wijnen om dit aan te tonen.

Begin jaren 2000 hielp ik tijdens het weekend in een wijnhandel waar ik voor het eerst in contact kwam met Zuid-Afrikaanse wijn. Ik vond de meeste wijnen best wel ok, zeker voor hun bescheiden prijskaartje. Ik merkte wel dat sommige klanten eerder vooringenomen waren wat betreft de wijnen uit dat land. Ten onrechte, want naast de grote massa goedkope fruitige wijnen, was er ook een kleinere kern héél mooie wijnen vol karakter en evenwicht. Door mensen deze wijnen blind te serveren zorgde ik op mijn eentje voor een kwart van de verkoop van Vriesenhof Enthopio, een wijn die voor bijna 90% bestaat uit de typische pinotagedruif die meestal door iedereen verguisd werd/wordt. Nu wordt wijnmaker Jan Boland Coetzee ook wel eens ‘mister pinotage’ genoemd, omdat hij deze druif ver boven zichzelf kan laten uitstijgen. Je kan de man niet echt een jonge wolf noemen, gezien deze rugbylegende al in de jaren ’60 wijn begon te maken bij Kanonkop. In de jaren 80 kocht hij wijngaarden in Paradyskloof, volgde stages in Bourgogne en begon in Zuid-Afrika heuse terroirwijnen te maken die vooral complexiteit, karakter en finesse ten toon spreiden.

Van dezelfde wijnhandelaar kreeg ik voor mijn verjaardag en aantal flessen van een eerder unieke wijn: The Foundry Double Barrel. 70% van de in oorsprong Portugese tinta barocca, opgevoed in 100% nieuwe eik en aangevuld met 30% lichtjes geëikte cabernet. Twee kleine loten vaten vormden deze unieke blen, vandaar ook de naam. Het perceel tinta barocca waarvan deze wijn gemaakt werd, is intussen al gerooid. Dit millésime is dus het enige dat ooit geproduceerd zal worden. Het domein richt zich nu volledig op syrah – ook die zou zeer de moeite waard zijn. De wijn werd gemaakt door Chris Williams, tevens wijnmaker bij Meerlust – qua referentie kan dit eigenlijk best wel tellen. Ook hier veel aandacht voor het terroir en de omgeving – er werd gewerkt met autochtone gisten.

Een tweede reden waarom ik deze wijnen uit mijn kelder haalde betreft het verouderingspotentieel van de wijnen. Wijn uit de Nieuwe Wereld kan vaak veel beter ouderen dan men op het eerste gezicht zou denken. Vaak denken mensen dat deze wijnen niet langer dan vijf jaar kunnen ouderen, maar dat is in vele gevallen ten onrechte. Hoewel beide wijnen voorbeelden zijn van uiteenlopende stijlen, waren zowel de Enthopio uit 2002 als de Double Barrel uit 2001 verre van versleten, zelfs nog niet echt tot volledige rijpheid gekomen. In de Enthopio kan de pinotage zijn verwantschap met de pinot noir niet verloochenen: een zeer zachte structuur, evenwichtig en complex. Natuurlijk is de wijn wat donkerder gekleurd dan de meeste pinots en vinden we in de neus een typisch toetsje van ‘verbrand rubber’ terug – een kenmerk dat eigenlijk niet aan deze druif gelinkt mag worden, maar – ik weet het niet meer zo precies – eerder te maken heeft met een of ander verschijnsel in de wijngaard, een soort bacteriële infectie die ook bij andere druivenrassen in de Kaap kan voorkomen. De wijn is fijn, lang en smaakvol met nog flink wat –misschien net te droge – tannines. Een wijn die het perfect aan tafel zou doen bij een stukje gegrild vlees. Opmerkelijk: de wijn staat nu al tien dagen op mijn aanrecht, kurk erop maar niet gekoeld, en verkeert nog steeds in uitstekende conditie.

De Double Barrel is van het krachtiiger type, met –nog steeds – een massa cassis en bramen, mooi versmolten houttoets, een schitterende mondvulling en een ellenlange afdronk. Minder complex dan de Enthopio, maar met meer direct drinkplezier. Minder intellectueel, zo men wil. Ook deze wijn staat nog aan het begin van zijn levensloop, ook al is de wijn bijna 10 jaar oud…

Deze tekst kadert in de Vlaamse Wijnblogdagen. De deelnemers vindt u op de homepagina van ikwilwijn.be

Vlaamse wijnblogdagen XIV: The perfect wine-foodmatch.

03/04/2010 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 1  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen XIV: The perfect wine-foodmatch.De ideale combinatie vinden van een wijn en een gerecht, het blijft een moeilijke oefening.

Bij mijn collega-bloggers zal u waarschijnlijk enkele regeltjes vinden die u moet volgen of een paar raadgevingen die u in het achterhoofd moet houden als u wijn en spijs wilt combineren. U vindt trouwens ook enkele algemene raadgevingen onder de rubriek ‘De basis – wijn en gerecht’ op ikwilwijn.be. Deze regels zijn echter bedoeld om bij een gerecht een passende wijn te vinden – of omgekeerd – maar dit heeft eigenlijk niets te maken met wat ik u hier ga vertellen.

Alles begint met een bezoekje mijnentwege aan een of ander obscuur wijnbeursje, Megavino, of zo, in de late jaren 90 van de vorige eeuw. Bij het naar buiten gaan kreeg elke bezoeker enkele nummers van La Revue du vin de France mee. Het blad beviel me wel, en ik begon het elke maand te kopen. Eén van de vaste rubrieken was ‘het menu’ van Alain Senderens, chef van het vermaarde restaurant Lucas Carton op de Place Madeleine in Parijs. Dat het restaurant al een slordige dertig jaar na elkaar bekroond werd met drie Michelinsterren wist ik toen nog niet. Elke maand bereidde de chef een compleet viergangenmenu voor de redactie van La RVF, terwijl deze laatsten bij elk gerecht een tien tot twintig wijnen plaatsten om zo tot de ‘mariage parfait’ te komen tussen wijn en gerecht. Af en toe las je dan dat “de overeenstemming van de smaken niet helemaal perfect was en dat de chef opnieuw de keuken indook om nog twee gram zout toe te voegen en nog drie keer de klopper door de saus te halen” tot de perfecte combinatie gevonden werd.

Ik raakte hierdoor ten zeerste geïntrigeerd en toen ik ter gelegenheid van mijn eerste huwelijksverjaardag een weekendje Parijs aangeboden kreeg, was het eerste wat ik deed natuurlijk een reservatie maken bij Lucas Carton. Een schitterende ruimte in pure art nouveaustijl, zeer vriendelijke bediening (zeker voor Parijs) en een prachtige kaart. De schrik sloeg me wel om het hart toen mijn vrij hoogzwangere wijnvrouw het allerduurste gerecht van de kaart koos – Bretoense langoestines voor 500 toen nog Franse Frank (zij had een kaart zonder prijzen en was zich natuurlijk van geen kwaad bewust – het feit dat ze zegt dat ze ze nu nog steeds kan proeven als ze eraan terugdenkt, maakt natuurlijk alles goed). Bij elk gerecht stond er op de kaart een aangepaste wijn. Bij mijn filet de rouget stond een onbeduidende witte wijn uit de Languedoc – ik weet zelfs de naam niet meer. Toen ik de wijn proefde, was ik eerlijk gezegd wat ontgoocheld. “Moet je hiervoor nu in een toprestaurant komen?” dacht ik bij mezelf.

Maar toen… toen kwam mijn rouget erbij, met wat olijven en een vinaigrette, en dan daar een slokje wijn bij… het was alsof de hele wereld perfect werd, alsof alles klopte, alsof alle puzzelstukjes op hun plaats vielen. Ik beleefde mijn eerste culinaire orgasme…




Deze tekst past in het kader van de Vlaamse wijnblogdagen - u vindt de deelnemende blogs in de linkerkolom van de homepagina van ikwilwijn.be

Vlaamse Wijnblogdagen XIII: V van... Verloren flessen

06/02/2010 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 4  - Reageer

 

Vlaamse Wijnblogdagen XIII: V van... Verloren flessenHebt u dat ook? Dat u zeker weet dat u ooit een wijn hebt gekocht. En dat u al even zeker weet dat u die fles nog niet hebt gedronken. En dat u die fles nu niet terugvindt in uw kelder.

Alle rekken bent u afgegaan. Alle kisten ondersteboven gehaald. Zelfs in dat hoekje waar u normaal alleen maar port bewaart bent u gaan kijken. Zonder succes. En natuurlijk hebt u die ene fles nú nodig.

De ergernis stijgt. Waarom heb ik nu toch geen kelderboek bijgehouden? Ik heb er wel een, natuurlijk – ooit eens voor een verjaardag gekregen – maar alle flessen en hun bijbehorende plaats in de kelder noteren, ho maar, dat is me wat te veel werk. Nog even snel controleren of partner of kinderen niet stiekem een fles wijn soldaat gemaakt hebben. Neen, natuurlijk niet

Nog even een telefoontje naar mijn schoonvader. “Zeg, die fles die ik je vorige keer cadeau heb gedaan…”

Maar waar heb ik die fles toch gelegd? Ik weet nog dat ik ze een speciaal plekje had gegeven, niet meteen in het zicht zodat ik niet te vaak in de verleiding zou komen… Dorie toch! Dat speciale plekje was precies wel héél speciaal. Of had ik op een avond eens wat te veel gedronken en heb ik die fles toch al opgedronken?

Ik geef het op. Dan maar een andere fles.


Epiloog

Drie weken later zoek ik een andere fles. Helemaal onder het rek, in het donkerste hoekje van mijn kelder vind ik de voordien o zo gezochte fles. Jammer, nu heb ik er geen zin in. Ik leg de fles terug om weer te vergeten waar ze ligt…


Changez! deel 2 : Bubbels

05/12/2009 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 3  - Reageer

 

Changez! deel 2 : BubbelsVan de immer sympathieke Vinama viel er laatst een flesje Jacquesson n° 733 in de bus. Nu was mijn laatste ervaring met een cuvée van dit huis niet bijster positief meegevallen: een vlakke wijn die naar niets smaakte. Een slechte fles? Te lang in de winkel gestaan? Meer dan waarschijnlijk.

Jacquesson is één van de oudste huizen van Champagne, gesticht in 1798 in Chalons-sur-Marne, en kende van bij het ontstaan veel succes. Napoleon zou hier bij een bezoek zelfs een goudstuk geschonken hebben, na het bezichtigen van de prachtige kelders van het huis. In 1867 verkocht het domein al meer dan een miljoen flessen. Maar na het overlijden van toenmalig eigenaar Adolphe Jacquesson begon het verval, dat duurde tot aan het laatste kwart van de vorige eeuw. Tegenwoorig zijn het de broers Chiquet die het roer in handen hebben en die op de allerhoogste kwaliteit mikken. Wijngaarden werden bijgekocht, voornamelijk in grand cru-dorpen als Avize. Tevens worden er elk jaar grote hoeveelheden druiven van premier en grand cru-kwaliteit aangekocht.

Vanaf de jaargang 2000 veranderde de non-millésimé van naam. In de plaats van het gamma ‘Perfection’ kwam de cuvée-reeks op de markt. Wat is daar zo speciaal aan? Elke cuvée krijgt een nummer mee (de eerste was de 728) en het basisjaar wordt vermeld op het tegenetiket. Eigenlijk heb je hier dus min of meer te maken met een gemillésimeerde non-millésimé. Een non-vintage champagne bestaat immers altijd voor het grootste deel uit wijn van het jongste jaar, aangevuld met een groot deel wijnen van recente jaren en een deeltje oudere wijn. De cuvée 728 bestond uit 68% wijn van 2000 en de rest reservewijnen. Deze 733 heeft 78% wijn van 2005, alle premier en grand cru uit de marnevallei en de Côte des Blancs.
Het is Jacquessons bedoeling om hiermee duidelijk te maken dat elk jaar zijn eigen karakteristieken heeft, en dat je die niet zomaar kan uitgommen door verschillende jaren met elkaar te mengen. Dat dit zou gebeuren om een constante smaak te verkrijgen is immers maar een fabeltje – ik heb zelf al meermaals kunnen ervaren dat ook de grote merken grote verschillen vertonen van jaar tot jaar…

De bedruiving bestaat uit 52% chardonnay (tegen slechts 36% voor de 728), en telkens 24% van beide pinots. De wijn wordt gevinifieerd op hout, deels barriques, deels oude foeders.

Het nummer 733 komt van een intern klasseringssysteem dat een aanvang nam in 1898. Toen kreeg de eerste ‘tirage’ het nummer 1, de volgende 2 enz…

De wijnen worden steeds als ‘extra brut’ gedoseerd – de 728 op 5 g /l, deze 733 zelfs met slechts 2,5 g/l – maar worden als ‘brut’ geëtiketteerd. De nietsvermoedende consument zal misschien even schrikken van het zeer droge karakter van de wijn, maar de oplettende wijnliefhebber kan zich alleen maar verheugen over het verfrissende, knisperend sap.
Deze Jacquesson doet me in al zijn fijnheid en droogheid wat denken aan de champagnes van Tarlant, hoewel deze niet zo droogtrekkend en scherp zurig als de Tarlant zero dosage. Het is alleszins een fijne, pittige champagne die vrij mineraal is. Als maaltijdchampagne valt hij me misschien wat licht uit (dan zou hij wat meer pinot noir mogen hebben), maar als hongerscherpend aperitief is ie zeker meer dan geschikt.




Vlaamse Wijnblogdagen deel XI: Het beste wijnboek.

31/10/2009 - Vlaamse Wijnblogdagen
Bewerkt: 31/10/2009 
Reacties: 0  - Reageer

 

Vlaamse Wijnblogdagen deel XI: Het beste wijnboek.Of: van het een komt het ander…

Zo’n dikke vijftien jaar geleden, toen ik nog jong en mooi was, mocht ik als skimonitor met een groepje veertienjarigen een weekje naar het Lechtal. Overdag mocht ik de jongeren de edele kunst van het een-besneeuwde-helling-naar-beneden-glijden-op-twee-houten-plankjes bijbrengen, ’s avonds was ik vrij. Om me die lange avonden niet te vervelen, had ik wat lectuur aangeschaft over mijn ontluikende wijnpassie. Eén van de boeken die ik meenam, was ‘Achter het etiket’ van de onvolprezen Nikolaas Klei, een Nederlands schrijver waarvan ik eerder al een fel gesmaakt exemplaar van ‘Over de tong’ had gekregen van een vriend. In zijn boekenlijst sprak hij over een Franstalig boek van een Amerikaans wijnimporteur, Kermit Lynch. Klei omschreef het als “het enige echt leuke wijnboek dat ik ken”.

« Mes aventures dans le vignoble de France : un Américain sachant cracher » dateert al van 1988 maar blijft nog steeds zeer actueel. Lynch verhaalt hier over zijn ontdekkingstocht in de Franse wijngaarden, als een beginnend wijnimporteur die goede wijn zoekt. Het boek is als het ware een combinatie van reisverslag, roadmovie en roman in één. In een vlotte no-nonsensestijl getuigt Lynch hier over de avonturen die hij beleeft, de mensen die hij ontmoet, de wijnen die hij proeft en de streken die hij doortrekt. Hij breekt en passant ook een lans voor meer natuurlijke, zuiverder en oprechtere wijnen, wijnen met karakter, zeg maar. Misschien is het niet toevallig dat de Franse wijnwereld sindsdien inderdaad meer in die richting aan het evolueren is?

Af en toe hilarisch, altijd zeer onderhoudend en tussendoor informatief, het boek leest als een trein. Door zijn sappige schrijfstijl geeft Lynch je bijna constant zin om er een fles wijn bij open te trekken – een gevaarlijk boek, dus. Het zet je er ook steeds toe aan om op zoek te gaan naar de wijnen die hij beschrijft. Ik ben er alvast door in contact gekomen met Tempier, Vieux Telegraphe, Joguet…

Lynch is intussen een grote importeur geworden, heeft samen met de Bruniers een domein in Gigondas en is nog steeds een verdienstelijk muzikant.

Door de jaren heen is dit het boek dat ik het vaakst cadeau heb gedaan: ik kocht een vijftal Franse exemplaren in een gezellige librairie in Parijs, met stapels boeken tot tegen het plafond – u kent dat wel – en toen de Nederlandse vertaling “Avonturen op de wijnroute • Een wijnkoper reist door Frankrijk” in 2006 verscheen bij uitgeverij EPO, kocht ik er opnieuw een tiental van…

Intussen heb ik het boek al een tiental keer gelezen en het blijft naar méér smaken... (intussen ben ik even in mijn boekenkast gaan kijken: heeft iemand mijn laatste (en tegelijk eerste) exemplaar geleend? Kan je het even terugbrengen???)



Deze tekst kadert in de Vlaamse Wijnblogdagen - u vindt de andere deelnemers bij de links, links op de homepagina...

Vlaamse wijnblogdagen X: vergeten druivenrassen.

14/09/2009 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 3  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen X: vergeten druivenrassen.Ik weet het, dit zijn eigenlijk een beetje vijgen na Pasen – en het is nog niet eens Kerstmis. Maar gezien het feit dat Disasterofwine mijn oorspronkelijk onderwerp – de cépages oubliées van Marrionnet – net voor mijn neus wegkaapte, moest ik nog snelsnel op zoek naar een waardig alternatief. Nu is ‘snelsnel’ voor mij altijd een nogal rekbaar begrip geweest, de professionele bezigheden die afgelopen week mijn agenda propvol stopten, maakten het me er niet makkelijker op. Toch ben ik blij u dit onbekend pareltje alsnog te kunnen aanbieden.

Enkele weken geleden kreeg ik van wijnvriend Dirk een fles toegestopt met de mededeling “Dit moet je eens proeven, wijnmens, een Spaanse wijn van een druif die enkel in deze wijngaard staat aangeplant. ’t Is dus nogal zeldzaam.”

Dat kan je wel zeggen. Zelfs de druivenbijbel “Dictionnaire encyclopédique des cépages” van Pierre Galet vermeldt de tardanadruif niet bij de bespreking van de ongeveer 10.000 bestaande druivenrassen. Enkel bij de synoniemenlijst wordt ze vermeld, het zou om dezelfde druif gaan als de planta nova. De uitspraak ‘als het niet in ‘de Galet’ staat, bestaat het niet’ wordt hiermee toch al gedeeltelijk uitgehold.

De tardana is een inheemse druif uit het oosten van Spanje, en volgens Jancis Robinsons ‘Guide to wine grapes’ zou er ongeveer 1.800 ha mee aangeplant moeten zijn. Verdwijnt deze druif meestal in blends? Wordt de gehele productie ter plaatse genuttigd? U kan het ons laten weten…

De wijn waarover het hier gaat is de Sybarus Unico Tardana van Bodegas Torroja en draagt de DO Utiel-Requena – een appellatie net ten westen van Valencia.
De wijn heeft een licht groengoudgele kleur en heeft alvast een hoog glycerinegehalte. De geur is fris-vol met flink wat geel steenfruit, wat lactische honingtoetsen. In de mond een verrassende combinatie van fris citrusfruit, een stevige vettigheid, wat mineraliteit en een licht bittertje aan het eind. Na enige beluchting komt de bitterheid wat meer naar voren. Je zou deze druif kunnen omschrijven als en hypothetische mengeling van roussanne (dat vet, die rijkdom) en riesling (die precies en verfrissend). De wijn zou zo’n 5 euro kosten, wat een meer dan correcte prijs is voor deze wijn.


Vlaamse wijnblogdagen deel IX : Rosé!

05/06/2009 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 5  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen deel IX : Rosé!Volgens een recent voorstel zou men binnenkort rosé mogen maken door witte wijn te mengen met rode wijn. Dit voorstel werd alvast in Europa onthaald op hoongelag en wrevel. Zo zou het helemaal niet mogelijk zijn om op die manier drinkbare rosé te maken. Is dat wel zo? Kan dit echt niet? Wijnmens zou wijnmens niet zijn als we dit niet eens nader zouden onderzoeken.

We trokken naar de plaatselijke Colruyt-vestiging en zetten twee flessen witte wijn en twee flessen rode wijn in ons winkelkarretje. Geen van de wijnen mag meer dan 5 euro kosten (de enige rosé’s die ik meer waard vind, komen uit Bandol en vooral Tavel).


De Waratah 2008 Chardonnay is een Australische wijn met een lichtgele kleur, een mooie volle neus met exotisch fruit, een lichte houttoets en een mooi gevulde mond met wat toast, rijp geel en wit fruit en een lichte munttoets. Friszurig en toch fijn vet. Eigenlijk een prachtige wijn voor zijn geld (zelfs geen 3 euro!)

Uit mijn supermarktwijnperiode heb ik onthouden dat Het Australische Hardy’s best wel goede wijnen maakt. Ik kies de Merlot 2008 uit het Varietal Range in de hoop dat deze mooi gevuld fruitig zal zijn. Een vrij lichte kersenrode kleur. Neus van vanille, pruim en besfruit. Zachte, vrij alcoholische vlot drinkbare wijn met een klein beetje tannine en een smakelijke afdronk.

Voor de tweede rode wijn wil ik iets krachtigers, iets warmers: 2U – duas uvas 2007 uit Estremadura. Een wijn gemaakt (volgens het tegenetiket) van twee druiven: Touriga Franca, Tinta Roriz, Castelao en Syrah. Rare jongens, die Portugezen.
Donkerrode, vrij geconcentreerde kleur. Vegetale neus, weinig fruit, verder vrij neutraal. Ook in de mond weer dat onrijp-vegetale, een massa groene tannine en verder… niets. Geen afdronk.


De Touraine 2007 sauvignon sec Hilaire Rondeau, een eigen Colruyt-botteling, heeft een stevige neus van onrijp fruit (het tegenetiket maakt inderdaad gewag van ‘prikkelende zuren’), met vooral groene appel en groene pruim. In de mond valt het allemaal nog wel mee: inderdaad wel prikkelende zuren, maar niet veel meer dan je kan verwachten van een sauvignon uit de Loire – hoewel de wijn best wel wat meer gevuld zou mogen zijn, dit is nogal mager en kort. Ik vermoed wel dat deze wijn het goed gaat doen in mijn blends om wat verfrissing te brengen.


Rosé drink je meestal wat koeler. We beginnen dus al meteen met de alle wijnen te koelen, ook de rode. Het probleem is dan dat deze rode wijnen wat bitterder zullen smaken. De verhouding rood ten opzichte van wit zal zeker niet te hoog mogen liggen.

Aan de slag!
Gezien de toch wel donkere kleur van de rode wijnen, kunnen we zeker geen blend maken van de helft rood en de helft wit. Ook de verhouding een op drie tussen rood en wit geeft alvast niet de gewenste rosé kleur. Een kwart tegen drie kwart dan maar. Dat lijkt er al beter op.

De eerste poging levert al onmiddellijk de winnaar van dit experiment op: de onvolprezen Rosé 2008 Waratahardy’s merlonnay 2008 ‘cuvée Wijnmens’. Deze blend Waratah – Hardy’s Merlot valt eigenlijk best wel mee: mooie bruinrode rosékleur, fruitige neus met wat hout, in de mond een licht alcoholische, licht zoeterige fruitsmaak met een mooie lengte. Ik ken rosé’s uit dezelfde prijscategorie die heel wat slechter scoren.

De blend van sauvignon blanc uit de Loire en de Duas Uvas heeft heel wat minder succes. Bruinrode kleur, een heel scherpe neus en een verschrikkelijk wrange smaak. Ik heb ooit eens vier keer te veel kunstmatige tannines in water opgelost bij een degustatie rond de verschillende bestanddelen van wijn – dit komt alvast aardig in de buurt.

De blend van Hardy’s merlot en Rondeau’s Touraine geeft al een mooie rosékleur in de verhouding een derde rood tegen twee derde wit, maar we houden het net als bij de andere wijnen bij een kwart/drie kwart. Vrij heldere rosékleur, heel transparant. Een zeer neutrale neus van frisse aardbei en wat vuursteen. De mond valt helemaal uit elkaar met een fruitige aanzet, maar daarna veels te veel scherpe zuren. Jammer genoeg is de afdronk vrij lang. Vooral het rasperig zuur blijft hangen. Dit is weliswaar wat beter dan de vorige blend, maar ik zie hier enkel de mogelijkheid tot bottelen in een literfles ‘vin du patron’.

De laatste test: 2U’s met Waratah. Lichte kersenrode kleur, heel transparant. Mooi gevulde, fruitige neus met wat cassis en een zachte houttoets. In de mond een zeer interessante, smaakvolle wijn met een plezante fruitigheid, wat tannine, net teveel alcohol om een evenwichtige wijn te vormen. Relatief lange afdronk. Best wel lekker, maar er moet nog wat aan gesleuteld worden – een wijn met potentieel, laat het ons daar op houden… Ik denk dat ik dit wel bij een barbecue met vrienden zou durven geven.

Ik denk dat we kunnen besluiten dat je best wel lekkere rosé kan maken door wit en rood te mengen. Het wordt wel duidelijk dat het vooral de kwaliteit van de witte wijn is die de smakelijkheid van de rosé bepaalt – wat niet verwonderlijk is, gezien de blend toch voor drie kwart uit wit bestaat. Daar waar ik oorspronkelijk dacht dat vooral frisse zuren de smaak van de wijn zouden verbeteren, is het integendeel de vulling van zowel wit als rood die belangrijk is.

Vlaamse wijnblogdagen deel VIII “Changez !”

04/04/2009 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 3  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen deel VIII “Changez !”Vorige week voltrok er zich een heuse flessendans langs Vlaandrens wegen… Het lot bepaalde welke bloggers elkaar een fles wijn moest bezorgen.

Moeilijke opdracht, vond ik. Ik moest onze nieuwe Vlaamse blogger, Stephane De Bakker van Stephane’s World, een slow blog over slow food en de lekkere dingen van het leven- een fles sturen die hij dan zou bespreken. Nu vermoed ik dat ik met dit nieuw lid heel wat overeenkomsten heb op terroirfreakiness-wijngebied, maar het zou wat makkelijk zijn om hem een Trousseau van Camille Loye, een Cote de Py van Foillard of andere Metras’sen te sturen (die heeft hij volgens mij zelf wel in zijn kelder liggen). Maar wat dan wel? Laat ons maar eens iets onverwachts nemen en tegelijk op veilig spelen, een Oostenrijker bijvoorbeeld, vrij modern gemaakt met Zweigelt en wat Cabernet Sauvignon, een donkere, vrij rijke wijn, wat gestoofd misschien en mijns inziens met wat te veel hout… Wel mooi voor de zachte prijs – net meer dan 10€ bij Biotiek. Eens kijken of we de ontvanger bij de “natuurlijke wijnextremisten” moeten klasseren of dat hij ook open staat voor andere wijn…

Zelf bezorgde PVO van wijnblog.be me een fles Grand vin de Château Dubraud 2005 AOC Blaye. Bordeaux! Voor mij? Slik. Ik sta nu eenmaal niet meteen bekend als de grootste bordeauxliefhebber van het noordelijk halfrond, maar vermits de waarheid in de fles zit, zullen we eerst eens proeven…
Een diepe paarsrode kleur met een begin van evolutie aan de rand, zeer geconcentreerd, zoals je kan verwachten van een 2005. In de neus flink wat witte peper, een beetje stoffig, pas na opschudden krijgen we een zijdezachte frisse rijpe geur van zwart fruit met cassis, pruim en tabak. In de mond een stevige structuur met licht uitdrogende tannine, frisse zuren en een licht bittertje. Gemiddeld lange afdronk. Heeft net te veel tannine (te harde persing?) en net te weinig vulling om charmant te zijn, maar zal het zeker goed doen aan tafel. Gaat zeker nog een jaar of vijf mee, ook al heb ik er wat twijfels bij gezien het weinige fruit. Een mooi getypeerde wijn die alles in zich draagt wat Bordeaux groot maakt – elegantie en structuur, maar heeft tegelijk ook alles wat mij de laatste jaren een beetje uit deze regio wegjaagt: een gebrek aan sappigheid en spanning.
Ik schrok wel wat toen ik de prijs van de wijn zag : 27 € op het domein zelf. Het is natuurlijk wat makkelijk om te zeggen dat je voor deze prijs elders betere wijnen vindt, maar persoonlijk dacht ik dat deze fles een goede 15 euro zou kosten…

Vlaamse wijnblogdagen 7 : twee wijnen, één druif

07/02/2009 - Vlaamse Wijnblogdagen
Bewerkt: 07/02/2009 
Reacties: 4  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen 7 : twee wijnen, één druifHet opzet van deze Vlaamse Wijnblogdag :men neme twee wijnen die gemaakt zijn van dezelfde druif. Merk je een verschil?

Wij nemen twee wijnen, gemaakt van de mateloos onderschatte viognier, gevinifieerd door een getalenteerde wijnmaker – Alain Paret, tegenwoordig ook bijgestaan door zijn beloftevolle zoon Anthony en de alomtegenwoordige Gerard Depardieu – van druiven die op een schitterend terroir groeien – de gehele appellatie Condrieu mag groots genoemd worden – uit een mooi oogstjaar – 2006.

De ene wijn – sommigen noemen dit de basiswijn van de Parets – is afkomstig van meerdere percelen die verspreid liggen in de appellatie (zelfs binnen de kleine 100 hectare wijngaard die de naam Condrieu mogen dragen, zijn er nog verschillen), terwijl de andere volledig gemaakt wordt met druiven van de schitterende wijngaard Lys de Volan, een wijngaard waar de granietbodem doorkruist wordt door een schistader.

Alain Paret Condrieu Les Ceps du Nebadon 2006
Lichte strogele kleur en een vrij hoge viscositeit – de wijn kleeft aan het glas. In de neus eerst veel hout en rijp steenfruit (abrikoos en nectarine). Na walsen komt het fruit tot ontplooiing en wordt het aangevuld met hints van citrusschil, venkel en zelfs wat munt. In de mond een relatief volle smaak met weer dat rijp steenfruit, een mooie vulling, vet, net een tikkeltje alcoholisch en een gemiddeld lange afdronk. Een viognier die nog enkele jaartjes meekan en waarbij de vaak té expressieve geur en smaak (bij andere producenten) hier mooi gecounterd wordt door de frisse zuren.

Alain Paret Condrieu Lys de Volan 2006
Net een tintje geler van kleur dan de Nebadon, maar minder visceus. Gesloten neus, ook walsen helpt hier niet veel. Hoewel deze wijn meer hout gezien heeft, zit het veel beter versmolten in de wijn (lees : is het bijna niet meer te merken). Na een half uurtje in het glas vinden we naast impressies van sinaasschil en ook hier weer venkel en anijs, nog een zekere kruidigheid terug met zweempjes van rozemarijn en tijm. In de mond een perfect versmolten geheel, evenwichtig, frisdroog en toch gevuld. Ellenlange afdronk. Nu perfect, maar kan volgens mij nog een vijftal jaren mee.

Hoewel beide wijnen van elkaar verschillen, vallen me hier vooral de overeenkomsten op : twee wijnen die flink wat vet en vulling hebben en al de mediterrane sfeer aankondigen. Zowel de wijnmaker als de druif zijn dezelfde, het terroir is licht verschillend maar vertaalt zich toch duidelijk in het glas. Dit doet me eigenlijk wat meer nadenken : wat of wie heeft het meeste invloed op wat er in je glas komt? Koop je dan beter een wijn van een minder terroir maar van een super wijnmaker, of kan een mindere wijnmaker ook goede wijn maken op een topterroir? En wat dan met de verschillende millesimes – beter een tweede wijn van een topjaar (en dan heb ik het natuurlijk over bordeaux) dan een eerste wijn van een minder oogstjaar? Liever een Premier Cru van een begenadigd wijnmaker dan een Grand Cru van een middelmatig domein? Ik weet het zo niet meer. En u?


Andere teksten over hetzelfde onderwerp vindt u bij de collega-wijnbloggers (zie de lijst links op de homepagina)

Vlaamse wijnblogdagen 5 : wijnfestivalitis.

05/10/2008 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 5  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen 5 : wijnfestivalitis.Collegablogger Wijngerd liet me gisteren weten dat hij even geen internet meer heeft en zijn post rond de wijnfestivals niet online kon zetten. Toen pas besefte ik dat ook ik nog een post moest fabriceren…

De wijnfestivals zijn intussen bijna helemaal afgelopen. Enkel op dat van Cora is het nog even wachten. Toch weet ik al, zonder de folder nog maar gezien te hebben, dat ik ook dit evenement aan mij voorbij zal laten gaan… Neen dank u, ik hoef geen bordeaux meer, of het nu aan lage of heel lage prijzen is. Ooit begon mijn wijnpassie met deze mooie regio, maar tegenwoordig kunnen deze wijnen –enkele de regel bevestigende uitzonderingen niet nagelaten – me nog weinig doen. Komt daarbij nog de twijfelachtige politiek van bepaalde supermarkten (zie verder) en dan begrijp je wel dat ik het voor gezien houd.

De enige wijn die me dit najaar kon verleiden om naar een supermarkt te gaan, was de lichtjes fabelachtige Château Léoville Barton 2005 bij GB. Ik dacht eens slim te zijn en enkele plaatselijke vestigingen te contacteren, de dag voor het wijnfestival officieel zijn deuren opende. Echter, in de eerste GB wist men niets van een wijnfestival – ze hadden zelfs nog geen foldertjes gezien – de tweede kon me voor 90% zekerheid geven dat ze deze wijn nog kon bestellen – ze gingen me daarvoor de volgende dag terugbellen, een telefoontje waarop ik nu al een drietal weken wacht – de derde verklaarde me dat hun volledige stock in de winkel stond en dat daar geen wijn van meer dan 20 euro bijstond en de vierde gaf me mee dat er voor heel België slechts… 12 kisten voorradig waren.

Enkele jaren geleden verplichtte men Franse supermarkten om in hun foldertjes het aantal voorradige flessen te vermelden, zodat wijnliefhebbers zich niet onnodig naar de plaatselijke Leclerc of Mousquetaire moesten haasten. Wanneer komt dit er ook in België door?

Vlaamse Wijnblogdagen 4 : domein te bezoeken.

02/08/2008 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 4  - Reageer

 

Vlaamse Wijnblogdagen 4 : domein te bezoeken.Bezoek aan een wijndomein – Mas Poupéras.

Onder een loden zon trok ik naar het Romeinse dorpje Vaison La Romaine. “Bel me maar als je daar bent, dan kom ik je halen,” had eigenaar Patrice Chevalier me vooraf gezegd.

De man wist duidelijk waarover hij sprak. Natuurlijk (we zitten hier in de Provence en afspraken zijn er om vergeten te worden) was hij nog niet thuis toen ik vanuit het antieke stadje belde. Dan maar op eigen kracht en volgens de aanwijzingen van ‘madame’ verderrijden. Aan het theater links in, de straat volgen en dan zou ik de wegwijzers zien staan.

En de grote weg werd een kleine straat. En dan een éénbaanskronkelweg. En dan een onverharde steile wegel waar mijn autootje net op raakte. En dan een spoor tussen de velden. En toen liep de weg dood bij een schitterend gerestaureerde authentieke mas. Schitterend! En dat uitzicht! Ik wilde graag uitstappen om even rond te kijken (ik had intussen al door dat dit niet ‘mas poupéras’ was), maar de één meter grote, loslopende waakhond vond dit blijkbaar niet zo’n goed idee. Terug de heuvel af, dan maar. Plots aan de rechterkant een bord met ‘Mas Poupéras’ erop, half verborgen onder woekerende plantengroei. Natuurlijk kon ik dit niet zien toen ik er uit de andere richting voorbij kwam…

Ik werd vriendelijk ontvangen door een jonge dertiger, fris gekleed met witte broek en een fleurig hemdje, zeer actief en opgewekt. “Sorry dat het hier nog niet helemaal af is, we bouwen langzaamaan uit. We verdienen geen geld, maar we steken er ook niets aan toe en we amuseren ons. Tot voor twee jaar werkte ik in de coöperatieve van Vaison. Jaar na jaar merkte ik dat de kwaliteit van de druiven van de wijngaarden van onze familie bij de beste hoorde. Twee jaar terug hebben we dan de stap gezet om onze wijnen zelf te vinifiëren en op de markt te brengen. Bij het begin van ons avontuur schreef ik een gedicht voor mijn dochter Marie. Ik gebruik fragmenten eruit als naam voor onze wijnen.”
Na slechts twee jaar kan Chevalier al een mooi gamma voorleggen : de toch wat te geconcentreerde, bijna portachtige topcuvée ‘Marie’ ; de mooi gevulde syrah ‘je te fais un rêve’, mooi complex, fruitig en sappig, na 18 maanden nieuwe barrique zit het hout fijn verweven in de wijn ; de ‘Funambule’, wat rokerige syrah-grenache, ook weer met wat nieuw hout en een percentage syrah gevinifieerd volgens de maçeration carbonique-methode.
De intussen gelauwerde basiscuvée ‘Pour toi je décrocherai la lune’ (2 sterren in de guide Hachette) is volgens mij de beste koop van het domein. Zalig krokant rood en zwart fruit, vol fris sap en een meer dan gemiddelde lengte. Licht reductief. Volledige wijn.

De wijnen van het domein zijn als Patrice Chevalier zelf : fris, energiek, nog wat zoekend, maar boordevol enthousiasme. Zowel man als wijn hebben mijn hart veroverd!
Van deze gepassioneerde jonge wijnmaker zullen we in de toekomst ongetwijfeld meer horen!


Deze tekst kadert in de tweemaandelijkse Vlaamse Wijnblogdagen, u vindt links naar de andere deelnemers onder het blokje 'Vlaamse wijnblogdagen'.

Vlaamse wijnblogdagen – deel 3

07/06/2008 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 1  - Reageer

 

Vlaamse wijnblogdagen – deel 3Het derde onderwerp van deze Vlaamse wijnblogdagen is… barbecuewijn. Niet direct mijn meest favoriete wijnsoort, als je dit zo kan noemen (bestaat er trouwens iets als pocheerwijn, stoomwijn of ovenwijn?). Bij barbecuewijn krijg ik steeds visioenen van zwartgeblakerde worsten, halfrauwe kip en doorbakken steak, verschroeide wenkbrauwen (omdat we misschien toch maar beter voor aanmaakblokjes hadden gekozen in plaats van voor brandspiritus), zeurende kinderen omdat het zolang duurt voor ze iets op hun bord krijgen, vrouwen die plots zin krijgen in een heel groentebuffet, en halflauwe wijn. Natuurlijk rosé.

Want meestal vraagt wat op het rooster komt om rood en de heersende temperatuur om wit. Dus kiezen we gemakshalve maar voor het ideale compromis : rosé. Liefst dan nog uit die handige bag-in-box van 5 liter – dat staat toch veel gezelliger, zo.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb helemaal niets tegen bag-in-box’en, wel in tegendeel. Tegenwoordig kan je in deze verpakkingen best wel deftige, lekkere wijn vinden, meestal aan een meer dan correcte prijs dankzij de goedkopere en –alvast in transportkost- milieuvriendelijker verpakking.

Ik heb ook niets tegen rosé! Tavel, Bandol en - waarom niet - Champagne heeft schitterende rosé, met het verfrissende van wit en de smaak van rood. De laatste jaren is de kwaliteit van roséwijn in het algemeen enorm verbeterd (tegenwoordig zijn de meeste rosé’s ‘saignée-wijnen, waarbij men in het productieproces van rode wijn wat sap van de most laat ‘bloeden’ om de rode wijn meer kleur en smaak te geven. Dit sap is dus eigenlijk lichtrode wijn).

Ik heb wel iets tegen het idee dat barbecue en wat daarbij hoort (de wijn, dus) vooral niet te
ingewikkeld en complex mag zijn. Barbecue hoeft echt niet per definitie een simpel
worstgebeuren te zijn. Ook op de grill kan je gerust wat échte gerechten klaarmaken. En bij
deze gerechten drink je natuurlijk niet enkel die eenvoudige wijnen, maar mag er ook al wat
complexiteit en finesse bij komen kijken. Trouwens, ook bij een eenvoudig stuk rundvlees,
mooi dichtgeschroeid en rijkelijk bestrooid met fleur de sel en zwarte peper uit de molen past
best wel een prachtige Bordeaux of Chateauneuf…

Ik stel dus voor om de term barbecuewijn gewoon af te schaffen. Laten we ook bij de
barbecue maar gewoon lékkere wijn drinken.


Deze tekst kadert in de Vlaamse Wijnblogdagen, u vindt links naar de andere deelnemers onder het blokje 'Vlaamse wijnblogdagen'.

Onwaarschijnlijke wijnverhalen

05/04/2008 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 7  - Reageer

 

Onwaarschijnlijke wijnverhalenIn de beginjaren van mijn wijnliefhebberij zorgde ik ervoor dat ik met mijn nog net niet wijnvrouw op vakantie kon naar streken waar ze “net toevallig” ook wijn maakten. “Wat een toeval,” kon ik dan ter plaatse uitroepen, “hier zijn precies een paar wijnboeren waar ik al wel eens van gehoord heb. Zouden we eens niet gaan kijken?” Zo bezochten we ‘toevallig’ Pichon Longueville Baron, midden jaren ’90 van de vorige eeuw. Natuurlijk kon ik het niet nalaten om ook een wandelingetje te maken in de nabijgelegen wijngaarden van Château Latour.
Enkele maanden later stond diezelfde Château Latour in de folder van een nationale supermarkt. Ik kon mijn toekomstige ervan overtuigen dat “als ik deze wijn ooit in mijn leven wil drinken, moet ik hem nu kopen vermits dit kleinood ettelijke tientallen jaren moet rijpen in de kelder.” (noot : intussen heeft wijnvrouw al zo vaak dergelijke zinnen gehoord dat ze hier zelfs niet meer naar luistert) Ik bestelde dus voor een half maandloon Latour en kon de flessen – maar liefst 5.500 Belgische frank het stuk – enkele dagen later gaan ophalen.

In de supermarkt bleek dat de flessen in een mooi zijdepapier gewikkeld waren, en om dit niet te beschadigen gaf de sommelier van dienst me de bijbehorende streepjescode gewoon mee op een papiertje De kassajuffrouw scande in en zag 5.500 frank verschijnen op haar display. Ze trok grote ogen en vroeg : “Dat is toch voor al die flessen samen, hè? Toen ik in de folder deze prijs zag, dacht ik eigenlijk dat dit voor een hele kist was…” Plots werd mijn mond kurkdroog. Ik kon geen woord meer uitspreken en slaagde er enkel nog in om nauwelijks merkbaar te knikken. De dame rekende me 5.500 frank aan, ik stopte de flessen voorzichtig in een doos en rende er letterlijk mee naar buiten.

Maar het verhaal is nog niet ten einde…

Enkele jaren later had mijn hoogbejaarde grootmoeder een mooi cadeau nodig voor een goede vriend. En vermits die persoon een heuse wijnkenner was, vroeg ze mij om haar een fles te bezorgen. “Het mag wel wat geld kosten,” zei ze. Vermits ik die vriend wel wat gunde en omdat ik wist dat hij het wel zou appreciëren, gaf ik mijn grootmoeder een fles Latour. Ze zette de fles in haar keuken klaar om de volgende dag zeker niet te vergeten.

Die nacht drong een inbreker langs een dakraam de woning van mijn grootmoeder binnen, ging rustig naar het gelijkvloers, doorzocht alle kasten, stal een kleine 800 frank en twee kilogram sinaasappelen en zette zich blijkbaar even in de keuken neer om te bekomen van de geleverde inspanning en een lekker glaasje te drinken. “Hé, wat een toeval,” moet de inbreker gedacht hebben, “hier staat al een fles wijn voor mij klaar…”

Late Harvest experiment

02/02/2008 - Vlaamse Wijnblogdagen 
Reacties: 2  - Reageer

 

Late Harvest experimentBij de collega-deelnemers aan de Vlaamse Wijnblogdagen kan u waarschijnlijk alles lezen over de manier waarop late harvest wijnen gemaakt worden. Wij houden een klein experimentje.

Late Harvest staat synoniem met zoete wijn. Vaak hoor ik : “Ik drink geen zoete wijn, hoewel ik het heerlijk vind. Ik krijg de fles nooit leeg, dat is het probleem.”
“Zever. Gezever,” denk ik dan op z’n Frankie Loosvelts. Late harvest wijnen zijn immer net wekenlang houdbaar eens ze geopend zijn. Omwille van de grote hoeveelheid restsuiker in de wijn moet de wijnbouwer relatief veel zwavel toevoegen om te verhinderen dat de wijn opnieuw begint te gisten in de fles. Deze zwavel is ook een uitstekend conserveringsmiddel dat ervoor zorgt dat de wijn niet oxideert en azijn wordt. In de meeste gevallen kan je een open fles dan ook enkele weken bewaren zonder dat er enige vorm van kwaliteitsverlies optreedt. Enkele weken? Zonder probleem!

Ik nam de afgelopen maanden de proef op de som : ik proefde enkele late harvest-wijnen en liet ze respectievelijk 4, 6 en 8 maanden geopend (natuurlijk wel met de kurk er op, maar zonder vacuvin of andere kunstgrepen) in de koelkast staan.

Het minst geslaagde experiment was een fles Château Climens 1988. Ik opende de fles in oktober voor de verjaardag van mijn echtgenote. Het is al jarenlang een traditie dat ik haar dan verwen met wat foie gras en een mooi flesje zoete wijn. Mijn vrouw is echt verzot op foie gras – als ik mijn bestelling doorgeef aan de producent, vraagt die steevast of het voor zes personen is.
Terug naar de wijn nu. Chateau Climens is een wijn die in bepaalde jaren de competitie kan aangaan met de wereldvermaarde Chateau d’Yquem. 1988 was één van de beste jaren van de afgelopen dertig jaar. De Climens was inderdaad schitterend : romig, zoet én fris zuur tegelijk (hét kenmerk van grote zoete wijnen zijn de zuren, hoe raar dit ook moge klinken) met een enorme lengte. Ik schonk restjes van de wijn ook op cursussen die ik gaf voor een tweetal kleine groepen. Na een maand (en een autorit van 50 km) was de wijn nog even perfect als in het begin. Nog een maand later bleken de zuren net niet aanwezig genoeg meer te zijn en werd de wijn een beetje plakkerig en flauw. Nu, na een kleine vier maand lijken de zuren opnieuw iets meer aanwezig, maar valt de wijn wat weg in het middenregister en komt er een klein, niet echt storend bittertje om de hoek kijken.

Een fles Huxelrebe trockenbeerenauslese 2005 bleef na meer dan zes maand nog meer dan overeind. Geen spatje evolutie te bespeuren, of het moet zijn dat de wijn nog wat fruitiger geworden is.

De Muscat de Rivesaltes 2001 van Domaine Força Real bleef meer dan drie maanden perfect goed, maar nu, na iets meer dan 8 maanden, beginnen tonen van vluchtig zuur meer en meer de kop op te steken. Nog steeds een mooie zoete wijn, maar de zuren worden wat scherper, waardoor de wijn niet echt evenwichtig meer is.

De kampioen van de geopende fles was voor mij echter een fles Château Coutet 1999. Deze Sauternes opende ik op mijn allereerste werkdag in de wijnhandel waar ik indertijd hielp. Meer dan een jaar later kwam een vriend van mij langs. Ik vroeg hem een bepaalde fles uit de koelkast te halen. Per vergissing nam hij de Coutet en schonk ons een glas uit. Deze wijn was op een jaar tijd nog nauwelijks veranderd. Mooie wijn was dat!

Conclusie : zoete wijn kan gerust een relatief lange tijd open staan zonder dat de kwaliteit vermindert. Om zeker te zijn doet u dit best met relatief jonge wijnen. Maar kom nu niet meer aandraven met het smoesje dat u de fles niet leegkrijgt…










Even voorstellen...
Ik ben genetisch bepaald om gepassioneerd te zijn door gastronomie, wijn, bier en gedistilleerd. Mijn grootouders aan vaderskant hadden een café, mijn grootvader aan moederskant maakte zijn eigen cider, mijn moeder is een echte keukenprinses en één van mijn vroegste herinneringen is er één aan mijn vaders wijnproefclubje. Tegenwoordig ben ik onafhankelijk freelance sommelier-zonder-diploma en kan je me bij verschillende bedrijven kook-, wijn-, bier- en whiskycursussen en -degustaties zien geven.
Ik drink nooit wijn voor het ontbijt en ik ben geïnteresseerd in alle wijnstijlen, -regio’s en –landen. Het is mijn bedoeling die open geest altijd te behouden.
Op deze blog zal je kunnen lezen wat er een wijnmens zoal bezighoudt in de wondere wijnwereld.