Het beste van meer dan 30 handelaars
Wijnen zoeken
Oudere jaargangen
Handelaars
Handelaar zoeken
Mijn winkelwagentje
Voor iedereen
Inloggen
Archieven
Snelnieuws
Blogs
Forum
Zoekertjes
Recepten
Wijn en gerecht
Alfabet
Links
Citaten
Boekenrubriek
Wijnbars
Proefnotities
Opleidingen
Quickpoll
De Basis
Algemeen
Wat is wijn?
Wijn bewaren
Wijn schenken
Wijn en gerecht - Algemeen
Voer voor specialisten
Thomas' hoekje
Vlaamse wijnblogdagen
Temperatuur-calculator
De ideale drinktemperatuur
Voor handelaars
Inloggen
Contacteer ons / Meer info
|
|
Artikels 1 tot 6 van 16 Artikels
|
1
2
3
|
Dossier Champagne deel 4 (slot)
Back to basics: terroir bij Agrapart.
We blijven in Avize en bezoeken een ander familiaal domein waarvan we enkele maanden terug op restaurant een prachtige champagne proefden. We vermoedden toen een zeer eigenzinnige wijnboer achter de champagne – en we konden er niet nog meer vlàk op zitten…
Domaine Agrapart & fils wordt geleid door Pascal Agrapart, een jonge veertiger die het woord terroir hoog in het vaandel voert én die geen blad voor de mond neemt:
“Natuurlijk zal elke wijnboer in Champagne je vertellen dat hij aandacht heeft voor het terroir, maar meestal blijft het bij loze woorden. De ‘échelle des grands crus’ maakt een goede onderverdeling op tussen de verschillende gemeenten van de appellatie, maar ook binnen elke gemeente vind je heel wat verschillen in terroir. Het is eigenlijk jammer dat er niet meer wijnbouwers zijn die daar aandacht aan besteden. Als ik naar mijn eigen wijngaarden kijk, dan merk ik dat er onderling heel grote verschillen zijn: zo heb ik in mijn wijngaarden in Avize zelf al twee verschillende soorten ondergrond, eentje met krijt en een andere met klei en kalk. Dat geeft al heel wat verschil in de smaak van de champagne.” En Agrapart heeft maar liefst 62 verschillende percelen. Die allemaal apart vinifiëren zou natuurlijk van het goede teveel zijn, vandaar dat dit domein zich beperkt tot 6 verschillende wijnen, op de rosé na allemaal Grand Cru Blanc de Blancs – gemaakt van chardonnay.
“Ik bewerk al mijn wijngaarden met de hand en zo natuurlijk mogelijk. Laat ons evenwel realistisch zijn: in dit klimaat volledig biologisch of biodynamisch werken is onmogelijk, laat u dat vooral niet wijsmaken. Je kan wel zo zuiver mogelijk werken, geen kunstmatige meststoffen gebruiken en zo weinig mogelijk pest- en insecticiden. Ik had graag gezien dat mijn collega’s ook wat meer aandacht hadden voor ons leefmilieu, maar ja, dan kan je in de zomer natuurlijk niet met vakantie. Ik denk vaak dat veel wijnbouwers liever op een tropisch strand gaan liggen dan in hun wijngaard te werken.”
Agrapart doet er alles aan om zijn wijngaarden zo gezond mogelijk te houden. Om de doorlaatbaarheid van de bodem te behouden, gebruikt hij zelfs een paard in de wijngaard om de grond om te ploegen en zo de wortels te verplichten dieper te groeien. Door een groene oogst wordt het aantal druiventrossen per plant laag gehouden, waardoor de overblijvende druiven veel meer voedingsstoffen krijgen, meer suikers opbouwen en een meer geconcentreerde smaak hebben. Ook het potentieel alcoholvolume stijgt, meestal tot 11% alcohol, waardoor Agrapart zelden of nooit chaptaliseert.
Als we de stille wijnen proeven, begrijpen we beter waarom Agrapart deze werkwijze volgt: ook al hebben deze wijnen een zeer hoog zuurgehalte, ze zijn tegelijk ook zeer smaakvol, mineraal en complex. Sommige van deze wijnen kunnen gerust doorgaan voor lichte, jonge Bourgognes.
We trekken de kelder in en zien flink wat houten foeders liggen. “Oude demi-muids van 600 liter die ik bij de jammerlijk overleden Didier Daguenau koop. Zeker geen nieuw hout, dat maskeert enkel de smaak van mijn wijnen. Die moeten immers de typiciteit van het terroir weergeven – ik werk dan ook enkel met de natuurlijk aanwezige gisten.”
In de eerder impressionante kelder die drie stevige verdiepingen diep de grond in gaat, zien we ook flessen op kurk en ‘agrafe’ liggen – een ongewoon zicht, meestal worden de flessen met een capsule gebotteld voor de tweede gisting. “Een experiment,” aldus Agrapart,”ik wil eens zien of dit een verschil maakt. Enfin, eigenlijk is het experiment al afgelopen en gebruik ik deze oude techniek al voor de cuvée Venus. Dat is de cuvée die mij het meest aan het hart ligt, van een enkele wijngaard in Avize die ik zo natuurlijk mogelijk verzorg en enkel met mijn paard Venus bewerk. Het bewaren op kurk zorgt voor meer diepte en complexiteit.”
Tijd om te proeven.
Het huis maakt zes verschillende wijnen: twee non-millésimés, drie witte millésimés en één rosé. Onze favorieten:
De basiscuvée – als we zo oneerbiedig mogen zijn – is de Agrapart cuvée 7 crus, gemaakt van chardonnay uit Avize, Cramant, Oger, Oiry, Avenay Val d’Or, Berger-les-Vertus en Mardeuil. Het is een vrij lichte, frisse en complexe champagne die het perfect doet als aperitief.
De Agrapart ‘Mineral’ 2002 is afkomstig van kalkrijke percelen in Avize en Cramant, 1 gram suiker/liter en een schamele 50 mg SO2/l. Een heel complexe, lange champagne, heel zuiver en precies.
Topper is de Agrapart cuvée Venus 2002, die héél mineralig is, met een zuivere kristalijne neus van getoast brood en een afdronk die maar blijft duren…
De wijnen van Agrapart worden ingevoerd door GK Services te Wilrijk.
Châteauneuf-du-Pape 2007
2007 was voor Châteauneuf – en bij uitbreiding misschien zelfs voor de hele zuidelijke Rhône - één van de beste oogstjaren ooit.
Het groeiseizoen was op zich niet echt uitzonderlijk, met een hete maand april die alles al vroeg in gang zette, gevolgd door een eerder koele maand mei. De zomer was vrij koel en droog maar het is de stevige mistral begin september die het jaar zo groot maakte: drie weken lang werden de druiven geconcentreerd aan de stokken, de wind zorgde er immers voor dat het sap uit de druiven verdampte, waardoor de concentratie suikers natuurlijk steeg. Een beetje neerslag half september maakte het geheel af.
De wijnen die we tot nu toe proefden vallen allen op door hun zachte, rijpe tannines en hun volle, smakelijke fruitigheid, dit alles ondersteund door een mooie fraîcheur en een goede structuur. De meeste wijnen lijken nu al drinkklaar te zijn, maar vergis u niet, ze zijn gebouwd om heel lang mee te gaan.
We bezochten enkele domeinen om wat meer te weten te komen.
Domaine de Marcoux
Je ziet niet vaak een dame van veertig een pikhouweel hanteren om een gat te graven in de rotsige bodem. Voor Catherine Armenier is dit echter niet zo ongewoon. Zij is verantwoordelijk voor de wijngaarden van het Domaine Marcoux, dat ze samen met haar zus runt. “De afwerking van onze (ver)nieuwde gebouwen loopt stilaan te einde,” excuseert Sophie Armenier zich voor het aanhoudende geboor en geklop dat door de ruimtes galmt. “Een vernieuwde vinificatieruimte met een conisch vat in eik, enkele barriques van 300 l en voor de rest een achttal betonnen cuves, een vatenkelder – heel klein, want ik heb niet veel barriques en al helemaal geen foeders – een degustatie- en ontvangstruimte, enkele burelen en een opslagruimte. Dit zijn stevige investeringen die eigenlijk al begin van de jaren 2000 op stapel stonden, maar waarover de overstromingen van 2002 anders beslisten.” Dat brengt ons naadloos naar het rampjaar 2002, toen er bijna een halve meter water in de chai stond en zelfs meer in de wijngaard. Op enkele uren tijd viel er toen bijna evenveel water uit de hemel als normaal in een heel jaar tijd. “Hoe het voelt om op enkele dagen tijd het werk van een heel jaar te verliezen? Los van de financiële kant is het gewoonweg een ramp. Ik ben wijnbouwer omdat ik graag wijnen maak, de wijngaard onderhoud en de vinificatie opvolg, niet om rijk te worden. Als je dan in een wijngaard komt die er de dag voordien, net na de overstroming, nog vrij gezond uitzag en je ziet dat alle druifjes gedurende de nacht volledig beschimmeld zijn, dan zinkt de moed je echt in de schoenen. Maar later besef je dat het ene jaar het andere niet is en ga je opnieuw aan de slag. Vergeten doe je het niet, zo’n catastrofe. Ik weet nog dat ik het in 2003 heel moeilijk had, dat ik vaak bang was dat alles opnieuw zou mislukken. Vandaar dat 2003 altijd een van mijn geliefkoosde jaargangen zal blijven. Maar de tijd heelt alle wonden, natuurlijk.”
Net als hun broer Philippe, die voor hen verantwoordelijk was voor het domein (hij vertrok begin de jaren 1990 van de ene dag op de andere naar de Verenigde Staten om er een biodynamisch consultancybureau op te richten), houden de zussen Armenier vast aan de biodynamische principes. “Ik wil vooral dat het terroir duidelijk merkbaar is in onze wijnen, vandaar de biodynamie, maar ook bijvoorbeeld het kleine aandeel syrah in de samenstelling van onze cuvées. Syrah is een druif die schitterende resultaten geeft in noordelijker gebieden, maar hier neemt ze de bovenhand op het terroir, als je er te veel van gebruikt. Verder proberen we zo weinig mogelijk zwavel te gebruiken. Ik weet dat er wijnbouwers zijn die wijnen zonder enige toegevoegde zwavel maken, maar ik kan het niet. Af en toe onderneem ik wel eens een experiment – ik heb vorig jaar een witte cuvée van 100% roussanne gemaakt zonder zwavel, maar dat gaat over een heel beperkt aantal flessen en het is geen ramp als dat niet zou lukken. Voor de rest probeer ik zou weinig mogelijk in te grijpen in de ontwikkeling van de wijn. Vinificatie betekent voor mij eigenlijk gewoon ‘de wijn zijn werk laten doen’. Zo kom je ook tot duidelijke verschillen tussen de opeenvolgende millesimes, soms ten goede, soms wat minder.” En wat vindt Sophie zelf de mooiste millesimes? “Natuurlijk is 2007 een schitterend jaar, het is een van de meest complete. Maar 2001 had in mijn ogen meer karakter, het was wat wilder. Tegenwoordig ben ik ook blij verrast over de manier waarop 2006 evolueert. Ik was wat bang dat het een iets flauwer jaar was, maar het zijn wijnen met krokant fruit en frisse zuren – eigenlijk een beetje in de stijl van 2004. Om de eerder vermelde redenen zal 2003 altijd een speciaal plaatsje in mijn hart houden.”
Voor de witte wijn gebruikt Armenier een blend van roussanne, clairette en bourboulenc van een 1 hectare groot perceel, wat resulteert in een smakelijke frisse witte wijn, die –hoewel mooi gevuld - veel eleganter is dan de meeste andere witte chateauneufs uit de regio.
De cuvée Vieilles Vignes wordt gemaakt van druiven uit drie verschillende wijngaarden met stokken tot 90 jaar oud. Elk jaar worden er een kleine 4000 flessen van geproduceerd, de rest ervan gaat in de basiscuvée. Waarom deze wijn één van de meest gezochte châteauneufs is, blijkt in het glas: een stevige vuist in een fluwelen handschoen, jong al mooi om te drinken, maar door zijn evenwicht gebouwd om lang mee te gaan.
De prijzen van Marcoux zijn niet mals: 40 euro op het domein zelf voor de basiscuvée en 100 euro voor de Vieilles Vignes. Daarmee situeert het domein zich qua prijs bij de topdomeinen (onder Rayas, Beaucastel en andere Bonneaus, maar op hetzelfde niveau als Clos des Papes en Pégau), waarmee ze qua kwaliteit zeker mee concurreren. Bij de beoordeling van de geproefde wijnen komen we in de problemen… Jammer dat we maar vijf sterren mogen geven!
Domaine de Marcoux Côtes du Rhône 2007
Bomvol fruit, mooi sap, zeer rijpe tannine - ****
Domaine de Marcoux Lirac 2007
Wat lichter, meer versmolten tanninestructuur, zijdezacht - ***(*)
Domaine de Marcoux Châteauneuf-du-Pape 2007
Heel evenwichtige wijn, complex, elegant, stevig en vol - *****
Domaine de Marcoux Châteauneuf-du-Pape 2006
Licht reductief, waar ook Sophie geen verklaring voor heeft, duidelijker tannines, voelt wat rustieker aan, maar met een mooie fraîcheur - *****
Domaine de Marcoux Châteauneuf-du-Pape Vieilles Vignes 2007
Wow, dit is prachtig ! Nu al rond en versmolten, evenwicht is het woord. Heeft enorm veel alcohol (we mogen niet zeggen hoeveel, maar geloof me, ’t is véél), maar daar merk je absoluut niets van. Immense lengte. Eén van de mooiste wijnen die ik dit jaar gedronken heb. - ***** (mogen we echt geen zes sterren geven?)
Domaine de Marcoux Châteauneuf-du-Pape Vieilles Vignes 2006
Reductie, die mooi openbloeit tot een wijn met finesse en fraîcheur dankzij de mooie zuren. *****
Domaine Charvin
Op het Domaine Charvin komen we onaangekondigd en niet echt op het beste moment aan. De achttien maand oude dochtertjes van eigenaar Laurent Charvin zijn slechtgeluimd. Toch neemt de man de moeite ons zijn wijnen van 2007 en 2006 te laten proeven. We beginnen met de rosé. “Ik maak geen witte wijn hier. Ik ben een fan van de crispy wijnen uit het noorden, van sancerre of chablis, bijvoorbeeld. De romige, vette en ronde witte wijnen die we hier maken kan me niet echt bekoren, dus maak ik er liever geen.” Bij de rode wijnen houdt Charvin het – anders dan veel van zijn collega’s – bij één cuvée. Geen selectie van de oudste of beste wijnen hier, een rage waarmee de Ferauds van Domaine Pegau begin jaren 1990 begonnen. “U stelt uw vraag goed. Neen, ik doe niet mee met de mode van de topcuvées. Ik heb er geen enkel probleem mee dat bijvoorbeeld Beaucastel in bepaalde jaren 5.000 flessen Hommage à Jacques Perrin maakt, omdat dat een zeer beperkt aantal flessen is in vergelijking met het volume van hun basiscuvée en omdat daardoor de kwaliteit van die basiscuvée niet vermindert. Maar gezien mijn beperkte oppervlakte, zou een speciale cuvée mijn basiswijn te veel veranderen.”
De wijnen van Charvin zijn wat lichter en fijner in stijl dan vele anderen, steeds heel fris ook. Dat zorgt ervoor dat ze niet meteen een lang leven beschoren lijken, hoewel ze juist heel goed ouderen. Dat komt vooral door het feit dat Charvin zijn druiventrossen nooit ontsteelt. Ook hier blijkt de manier waarop we onze vraag stellen van belang. “U moet mij niet vragen waarom ik mijn druiven nooit ontsteel, vraag aan de anderen waarom ze het wel doen. En vraag ook niet wat het niet ontstelen aan de wijn toevoegt, wel wat het ontstelen uit de smaak weghaalt. En natuurlijk ben ik niet bang voor vegetale tonen in mijn wijn. Die krijg je enkel als je druiven niet perfect rijp zijn en met rijpheid hebben we hier niet echt problemen. De steeltjes zorgen voor meer frisheid en diepte in de wijn, ze worden er gelaagder en complexer door.”
We proeven de wijnen van 2006 en 2007 die al enkele maanden op fles zit maar pas in november gecommercialiseerd wordt – de wijnen zijn elk jaar uitverkocht, vooral door een enorm succes in Amerika.
Geproefde wijnen :
Domaine Charvin Côtes-du-Rhône 2006
Mooi gevulde wijn met frisse zuren, fijn rood fruit (kers), een zekere kruidigheid en wat chocolade, elegantie en een lange afdronk. - ****
Domaine Charvin Côtes-du-Rhône 2007
Meer evenwichtig dan de 2006, rijper, maar met behoud van de fraîcheur. - *****
Domaine Charvin Châteauneuf-du-Pape 2006
Donkere kleur, een zalige neus van rood en zwart fruit – zoals je dat ook in stevige bourgognes kan hebben – fris, fijn en elegant. Mooi! - *****
Domaine Charvin Châteauneuf-du-Pape 2007
Lijkt wat lichter en meer gesloten dan de 2006. Zuivere neus van zwart en rood fruit, stevige tannines. Ook hier weer lijken elegantie en evenwicht de codewoorden. - *****
Noot: op een degustatie ter gelegenheid van de voorstelling van het boek ‘Châteauneuf-du-Pape’ van Harry Karis (daarover later meer), werd de Charvin Châteauneuf-du-Pape 2004 bijna unaniem als mooiste wijn verkozen uit een mooie selectie van 25 wijnen. Ook hier waren de meest gehoorde woorden ‘fijn, fris, evenwicht, compleet’.
De wijnen van Charvin zijn te koop bij Dirk Grandry Winebroker
Grand Veneur
Net ten zuiden van Orange ligt Domaine du Grand Veneur aan de hoofdweg naar Châteauneuf.
Het grootste deel van de 16 hectare Châteauneuf-wijngaarden, ligt in de buurt van het befaamde Château de Beaucastel. Hier maakt men volle, voluptueuze wijnen met grote complexiteit en een stevig verouderingspotentieel. Grand Veneur staat bekend voor zijn smaakvolle witte wijnen, waarvan de cuvée La Fontaine één van de weinige 100% roussanne is, een meer dan geslaagde wijn van oude stokken.
“Wij ontstelen onze druiven altijd,” vertelt Jaume, “wij willen immers geen groene, onrijpe toetsen in onze wijn. Onze wijnen zijn moderner gemaakt, met veel aandacht voor het terroir, doordacht gebruik van hout, met zowel oude foeders als nieuwe barriques. We zitten hier in een regio die al eeuwenlang wijn maakt, wat enerzijds heel goed is, traditie is belangrijk, maar anderzijds houdt die traditie ook de ontwikkeling tegen. Wist u dat het hier verboden is om de druivelaars op te binden en over draden te geleiden? Natuurlijk is de gobelet-snoeimethode (losse struiken die in bekervorm groeien en waarbij de druiventrossen relatief dicht bij de grond groeien) ideaal voor de grenache, maar de syrah zou veel gebaat zijn bij andere snoeiwijzen.”
Alain Jaume laat ons hier zijn Grand Veneur Châteauneuf-du-Pape Vieilles Vignes 2007 proeven, de tweede jaargang van deze wijn. De helft grenache van stokken van 90 jaar oud, 40% mourvèdre en 10% syrah. Een zeer geconcentreerde zwartpaarse kleur, een intens aroma van zwart fruit, kruidig vlees, wat rokerig, op het eerste zicht té geconcentreerd, maar na enige tijd vallen vooral de frisse, gepolijste tannines op. Dit is een zeer krachtige wijn die een tiental jaar flessenrust nodig heeft, maar dan perfect zal zijn bij een stevig stuk vlees op de grill. Ik kijk er alvast naar uit. - ****(*)
Ook de wijnen van Grand Veneur vindt u bij Dirk Grandry Winebroker.
Dossier Champagne - deel 3
Back to basics - Terug in de tijd bij Fallet-Prévostat.
We trekken naar de Côte des blancs met tot de verbeelding sprekende grand crus dorpen als Cramant en Ogier (met de befaamde wijngaard Le Mesnil) om in het centrum van Avize een van de meest uitzonderlijke domeinen te bezoeken. Bij Fallet-Prevostat vind je geen bezoekerscentrum, geen gids voor rondleidingen, zelfs geen uithangbord aan de poort. En dat deze poort opengaat, is echt wel noodzakelijk, want het is de enige plek waar je deze uitzonderlijke champagne kan kopen – tenzij voor ons Belgen, want de champagne wordt enkel mondjesmaat naar België uitgevoerd dankzij Wouter de Bakker, onze meilleur sommelier de Belgique 2007. De poort dient ook een beetje als teletijdmachine: als je erdoor stapt, ga je direct 50 jaar terug in de tijd. Ik vermoed dat hier – behalve een relatief nieuwe persinstallatie – de laatste decennia nog weinig investeringen gedaan zijn. Maar dat is ook voor niets nodig, glitter en glamour zorgen niet noodzakelijk voor kwalitatief hoogstaande champagnes. Authenticiteit is vaak een ijdel begrip in Champagne, maar niet hier.
Het meest in het oog springende kenmerk van het huis is dat de champagnes zeven jaar ‘sur lattes’ bewaard worden, wat aan de wijnen een zeer specifieke smaak geeft. Hoe het komt dat men de wijn hier zo lang bewaart? “Toen we het domein overnamen waren de champagnes niet zo populair als vandaag de dag. We slaagden er niet altijd in om onze totale voorraad te verkopen. Stilaan bouwden we een aanzienlijke stock op van onverkochte champagnes. Na verloop van tijd merkten we dat deze lange bewaring de champagne rijker maakte en absoluut ten goede kwam aan de smaak.” Maar waarom dan precies zeven jaar? Is er een bepaalde reden om de wijn net zeven jaar te bewaren, en bijvoorbeeld geen acht of zes? “Heel eenvoudig: we hebben geen plaats om meer wijn te stockeren.” En dat is niet gelogen, want in de kelders wordt letterlijk elke kubieke centimeter benut om flessen te stapelen. Tussen de rijen helemaal tot tegen het plafond gestapelde flessen door is er net voldoende ruimte voor een niet al te corpulent persoon om min of meer comfortabel te kunnen bewegen.

We zijn blij dat we dit domein kunnen bezoeken. Bij eerdere bezoeken bleef de poort voor ons gesloten en ook dit keer kwam er geen reactie op ons aanbellen, ondanks de gemaakte afspraak. Uiteindelijk kwam de vrouw des huizes openmaken “omdat ik uw voeten onder de poort zag”. “U moet weten dat we niet echt staan te springen om in de pers te komen. Wij maken ook geen reklame, we nemen niet deel aan beurzen en we hebben geen vertegenwoordigers. We voeren een klein beetje uit naar België, Nederland en Italië, maar we verkopen eigenlijk alleen hier aan de poort. Gelieve ook niet te veel foto’s te publiceren, want daar houden we niet zo van.” De reden daarvoor wordt ons niet gegeven en blijft ons een raadsel, want hier heb je nog te maken met een écht domein, zonder onnodige opsmuk.
We bezoeken de nieuwe pressoir, waarnaast we een schitterende bestelwagen uit de jaren ’60 zien staan. “Natuurlijk is die nog in gebruik,” beantwoordde mevrouw licht beledigd onze vraag. De druiven worden voorzichtig geperst, het sap gaat deels in betonnen cuves en dan naar enkele grote foeders – gebruikt eikenhout uit de Elzas – in een ruimte die verwarmd wordt als het nodig is voor de vergisting en die continu vochtig gehouden wordt. Ook de reservewijnen worden opgeslagen in gebruikte houten foeders, in een ondergrondse kelder, twee verdiepingen onder het straatniveau. Na de assemblage en de tweede gisting bewaart men de wijn nog een zevental jaren ‘sur lattes’.

We proeven de extra brut, een mooi droge champagne met dat licht oxidatieve puntje dat de wijn zeer veel complexiteit en gelaagdheid geeft. Er is ook nog een minieme hoeveelheid millesimé-champagne – momenteel wordt jaargang 1979 (!) gecommercialiseerd. Bij wijnen van deze ouderdom heb je zeker niet meer die weelderige mousse en de stevige pareling. Dit is bijna opnieuw een stille wijn geworden. Ik proefde deze champagne enkele jaren geleden en vond hem toen vrij extreem… Ik heb intussen geen andere champagne meer van dit domein kunnen proeven.
Feit is dat Fallet-Prévostat intussen bij insiders een echte cultstatus verkregen heeft, en dat elke nieuwe levering in België op een mum van tijd uitverkocht is, ook al omdat de prijzen eerder redelijk te noemen zijn...
Dossier Champagne - deel 2
Back to basics - op zoek naar de ziel van champagne bij Tarlant.
De grandes marques van de Champagne doen er alles aan opdat hun basiscuvée jaar na jaar een min of meer constante smaak zou hebben, vandaar dat ze wijnen mengen uit verschillende wijngaarden, van verschillende terroirs en druiven en uit verschillende oogstjaren. Gemiddeld komt ongeveer de helft van de basiswijn uit het laatste oogstjaar, maar de meeste huizen hebben voldoende reservewijnen om één tot twee rampjaren te kunnen opvangen.
Toch zijn er ook domeinen die net de specifieke kenmerken van elk millesime, van elke druif of van elk terroir willen benadrukken. Het gaat hier dan meestal om speciale cuvées (denk aan de millésimé-champagne of de Blanc de Blancs of Blanc de Noirs) of wijnen van bepaalde wijngaarden, vaak uit wijngaarden uit de buurt van het domein.
Eén van die mensen die vooral het specifieke terroir van zijn wijngaarden in the picture wil stellen is Bruno Tarlant van het Domaine Tarlant uit Oeuilly in de Marnevallei. Als je het adagio “de wijn lijkt op de persoon die hem maakt” moet geloven, verwacht je een stevige, geblokte champagne – het zou ons niet verbazen mocht hij rugby spelen… Niets is echter minder waar: Tarlant tracht immers zijn champagne voor zichzelf te laten spreken en de mineraliteit van zijn bodem naar voor te brengen. Dit doet hij door zo weinig mogelijk te doseren (het bijvoegen van een kleine hoeveelheid suiker – de liqueur d’expedition – voor de definitieve botteling) vermits volgens hem de toegevoegde suiker de nuances van de wijn zou maskeren. Tarlant brengt een aantal champagnes zonder dosage op de markt, de klassieke cuvées worden op maximum 6 g/l gedoseerd (daarmee zitten ze net op de grens tussen ‘brut’ en ‘extra brut’) en de prestigecuvées op 3g/l (net tussen ‘dosage zero’ en ‘extra brut’). Met zo’n lage dosage is het van het grootste belang dat het het geoogste fruit perfect rijp is en dat de zoet-zuur balans van de druiven optimaal is.
We proeven de stille wijnen van het huis in de bibberkoude kelder in aanwezigheid van een delegatie van de Brugse hotelschool Spermalie. Bruno Tarlant komt vrij snel op dreef en weet bijna van geen ophouden: meer dan dertig stille wijnen passeren de revue, ook hier allen met hun eigen specifieke karakter en identiteit. Wat hier zeker opvalt is de zuiverheid en de puurheid van de wijnen. Hij doet er dan ook alles aan om zijn champagne zo oprecht en eerlijk mogelijk te maken. Hiervoor heeft het huis een speciale horizontale pers geplaatst – hierdoor kan de perstijd aanzienlijk verkort worden en blijven de aroma’s zuiver – werkt het zo natuurlijk mogelijk in de wijngaard, passen ze geen malolactische fermentatie toe en geven ze hun champagnes de tijd om zich ten volle te ontwikkelen. Zo is de gemiddelde leeftijd van de gecommercialiseerde wijnen ongeveer 5 jaar en de millésimés worden pas op de markt gebracht als de tijd er rijp voor is. Toen ik vroeg of hij nog een paar flessen van het oogstjaar 1996 had om te verkopen, was het antwoord vrij ontnuchterend: “Die is nog niet op de markt, hij is nog niet klaar. 1996 is zo’n krachtig jaar dat ik de champagne nog zeker een jaar, misschien twee hier houd. Eerst komt 1997 en misschien zelfs 1998.” Wat zijn dan de andere grote jaargangen? “Natuurlijk had je 1990, recenter ook 2002, twee machtige millesimes. Ze worden echter overvleugeld door 1996 en zeker door 2008, wat echt het beste jaar is dat ik zelf al heb meegemaakt.” Maar daarvoor zullen we waarschijnlijk nog meer dan tien jaar geduld moeten hebben.
Bij het naar buiten gaan demonstreert Bruno Tarlant nog even het dégorgement à la volée – het manueel uit de fles verwijderen van de prop met dode gistcellen na de tweede gisting – zoals het voor de mechanisatie gebeurde. http://www.dailymotion.com/video/x3hcg_degorgement-a-la-volee_life
Terwijl we ons in de smaakvol ingerichte degustatieruimte trachten op te warmen, proeven we het gamma van het huis. Waar de Zéro Brut Nature naar mijn bescheiden mening net wat teveel zuren heeft (daar is het natuurlijk een dosage zero voor) – hoewel zeer expressief en mineraal met een licht bittertje aan het eind, biedt de Tradition heel wat meer vulling en complexiteit, wat er een multi-inzetbare champagne van maakt – deze kan zowel als aperitief als als maaltijdchampagne gebruikt worden. De toppers van het huis zijn zonder twijfel de rijke Cuvée Louis – gemaakt van 60 jaar oude stokken van de Les Crayons-wijngaard, met flink wat brioche, krachtig en immens lang – en de uitzonderlijk mooie Vigne d’Antan. Deze laatste mag gerust een unicum van de regio genoemd worden. Het is immers niet alleen een champagne van één druivenras uit één enkele wijngaard en uit één enkel oogstjaar, hij is ook gemaakt van ongeënte stokken, aangeplant in de jaren 1960, die in de zanderige bodem resistent blijken tegen de phylloxera vastatrix. Bij mijn weten heeft enkel Bollinger nog een champagne van ongeënte stokken (de Vieilles Vignes Françaises, in dit geval zelfs pre-phylloxera), maar dan wel minstens vijf maal zo duur als die van Tarlant. Deze champagne heeft een ongeëvenaarde smaak, zijdezacht en toch intens fruitig, elegantie troef en met een afdronk die geen einde kent. Schitterende champagne!
Toen Bruno Tarlant als afsluiter nog een prachtig geëvolueerde, licht oxidatieve millésimé 1990 bovenhaalde, hoorde ik één van de mensen van Spermalie tegen zijn collega fluisteren: “Hier zou ik niet van drinken, hier ga je ziek van worden.” Het is intriest dat de meeste mensen weinig tot geen ervaring hebben met het drinken van gerijpte champagne (de eerlijkheid gebiedt ons te vermelden dat we zelf een tiental jaar geleden een groot deel van de ongetwijfeld mooi verouderde champagnes in een voorloper van onze Clash of the Titans door de gootsteen gekieperd hebben). Jammer genoeg heerst in onze contreien nog steeds het vooroordeel dat champagne zo snel mogelijk moet geconsumeerd worden. Voor de meeste supermarktchampagnes is dit weliswaar nog steeds waar, maar probeer gerust eens een champagne van een familiaal bedrijf (in het slechtste geval zal u evenveel betalen als voor een bekend merk) enkele jaren te laten liggen. De wijnen zullen complexer en wat droger worden. De reden hiervoor is vrij eenvoudig: producenten die aandacht hebben voor de kwaliteit van hun wijnen zullen hun champagne veel later op de markt brengen dan na de wettelijk verplichte 15 maanden. Zij moeten hun product niet forceren om sneller op dronk te zijn en bevorderen zo ook het toekomstpotentieel van hun champagne. En ons genot!

Dossier Champagne - back to basics deel 1
We trokken voor u naar Reims om kennis te maken met de basis van champagne: de ‘vins clairs’ of de stille wijnen.
We staan er niet echt bij stil, maar champagne is wijn. Beter nog: champagne is een mengwijn, waarbij men verschillende stille wijnen assembleert tot een elegant, verfijnd en verfrissend eindproduct. Deze assemblage vindt bij de meeste domeinen plaats aan het begin van de lente en gebeurt op basis van uitgebreide proefsessies waarbij men tracht te beslissen welke wijnen in welke hoeveelheden deel zullen uitmaken van de verschillende cuvées van het huis. Deze stille wijnen van de champagne mogen proeven is enerzijds een voorrecht, maar langs de andere kant ook een uitdaging: de wijnen zijn slechts enkele maanden oud, hebben in het beste geval net de malolactische gisting achter de rug en bevatten nog massa’s zuren. Niet meteen wijn om uit vrije wil te degusteren, maar voor je lezers moet je nu eenmaal iets over hebben…
We stelden een interessant en gevarieerd programma samen met een Grande Marque en enkele familiedomeinen die elk op hun specifieke manier werken: Veuve Clicquot Ponsardin als groot domein, Domaine Tarlant met wijnen die bijna steeds zonder dosage worden gemaakt, Fallet-Prevostat die de wijn tot zeven jaar ‘sur lattes’ laat en Agrapart, waar terroir in champagne pas echt betekenis krijgt. Tussendoor brachten we nog een blitsbezoek aan Domaine Bérèche, waar de kwaliteit de laatste jaren pijlsnel de hoogte in schiet.
Waar kan je een studiereis beter beginnen dan aan de top? Wij maakten een afspraak bij Veuve Clicquot Ponsardin, één van de 24 Grandes Marques de Champagne, en werden er schitterend ontvangen door Philippe Thieffry, de verantwoordelijke oenoloog van het huis. Zelf beweren ze dat ze één van de kleinere grote spelers op de markt zijn, maar cijfers (waar ze zelf zeer spaarzaam mee naar buiten komen) bevestigen dit niet. Met zo’n 550 hectare eigen wijngaarden hebben ze al een hele massa primaire grondstoffen ter beschikking, maar hiermee dekken ze net meer dan een kwart van hun behoeften. Exacte cijfers over de productie geeft men niet, maar vermoedelijk worden hier jaarlijks een goede 8 miljoen flessen geproduceerd.
Paradepaardje uit deze stal is de ‘Carte Jaune’ – goed voor een kleine 90% van de productie - de champagne met het sterkste merkbeeld op de markt, vooral dankzij de o zo karakteristieke (gepatenteerde) kleur van het etiket. Persoonlijk vind ik dit ook de beste champagne van de Grande Marques (samen met die van Ruinart en Bollinger): vol, romig en fijn.
Wij mochten een tiental stille wijnen proeven uit wijngaarden van verschillende gemeenten en van verschillende druivenrassen. Wij waren danig onder de indruk door de verschillen die je in deze basiswijnen proefde: zowel druivenras als herkomst waren duidelijk te onderscheiden, ondanks de toch wel zéér hoge zuren van deze wijnen (mijn tandarts hoeft me de komende drie jaar alvast geen tandsteenbehandeling te geven). We proefden chardonnay uit Saint-Thierry, helemaal in het Noorden van de appellatie die veel eenvoudiger en toch frisser was dan dezelfde druif uit de grand Cru Cramant, pinot noir uit Bouzy (waar ook de rode wijnen voor de rosé vandaan komt), pinot meunier uit Ludes… Het viel ons op dat de ‘échelle des grands crus’ (waarbij de verschillende dorpen een quotatie tussen 80% en 100% krijgen die de basis vormt voor de prijszetting van een kilo druiven – tegenwoordig zelfs tot 6€ per kilo!) eigenlijk wel mooi in elkaar zit en de kwaliteitsverschillen tussen de verschillende dorpen zeer correct weergeeft. Ten slotte proefden we ook nog enkele reservewijnen uit verschillende jaargangen tot 1988. Deze laatste, waarvan het huis nog zo’n 7 hl bewaart, wordt binnenkort gebruikt als ‘kruiding’ van een of andere cuvée en kon voor ons bijna zo gebotteld worden, zo rijk en complex was de smaak.

Waar we zelf met dit tiental stalen wel een paar dagen zoet zouden zijn om een eigen blend te maken, moet de ploeg van VCP een keuze maken uit meer dan 400 verschillende stalen en een stille basiswijn samenstellen die binnen een drie tot zes jaar een prachtige champagne geeft. Hiervoor proeven ze gedurende twee maanden lang met een team van acht personen, maken ze van elke wijn een individuele smaakfiche op alvorens een theoretische assemblage te maken. De uiteindelijke assemblage wordt dan in de praktijk gezet en bijgeschaafd door Philippe Thieffry en keldermeester Dominique Demarville. Ons respect voor de champagneproducenten steeg hier toch wel tot ongekende hoogten. Tenslotte proefden we de brut sans année en later op restaurant de millésimé 2002 en de rosé 2002, waaruit duidelijk blijkt dat VCP een eigen herkenbare huisstijl heeft die kracht, volheid en finesse met elkaar combineert.

Het oudste wijngebied ter wereld : Georgië.
Tot 2006 exporteerde Georgie bijna 90% van zijn wijn naar de Sovjetunie, tot deze plots de invoer van Georgische wijn verbood. Bijna van de ene dag op de andere moesten er dan ook andere exportmarkten worden aangeboord. Maar zijn deze markten wel klaar voor deze wijnen?
Actueel
De voorbije twintig jaar halveerde het totale wijngaardoppervlak in Georgië. Vooral de bloederige burgeroorlog in de jaren 1990 en de politieke instabiliteit na het zich afscheuren van de Sovjetunie waren hier verantwoordelijk voor (hoewel de strijd tegen alcohol en de bijbehorende massale conversieprogramma’s naar pure fruit- en groententeelt van Gorbatsjov midden de jaren 1980 al een eerste aanzet gaven). En waar instabiliteit is, blijven investeringen uit, of ze nu uit het eigen land of uit het buitenland komen. Enige uitzondering hierop is de komst van Pernod-Ricard, die van de perestroika gebruik maakte om hier joint ventures op te starten.
Vanaf 2000 verbetert de toestand en krijgt de wijnbouw haar tweede adem. Hoewel de Georgiërs terecht niet meteen alle tradities overboord willen gooien, staan ze nu klaar om met verbeterde technieken betere en modernere wijnen te maken. Waar tot enkele jaren geleden kwaliteit niet echt primeerde (de wijn werd meestal ‘en vrac’ verkocht en ter plaatse gedronken of geëxporteerd naar Rusland), moet die nu echt wel verbeteren om succes te kennen in de nieuwe exportmarkten. Vooral op het vlak van zuiverheid, fraîcheur, hygiëne en aromatische precisie is er nog veel werk aan de winkel. Dat werd ook duidelijk in onze degustatie van meer dan veertig wijnen die we recent hielden : vaak kregen we te maken met onzuiverheden die men met wat restzoet trachtte te verdoezelen. De witte wijnen waren in het beste geval wat verfrissend, maar werden toch vooral gekenmerkt door onevenwicht en vlakheid. Intuïtief voel je wel aan dat de wijnen een mooie toekomst in het vooruitzicht hebben, ook al zijn ze ‘er nog net niet’. We blijven ze alleszins in het oog houden. (zie ons volgend artikel ‘Voor u geproefd : Georgische wijn” voor uitgebreide proefcommentaren.)
Geografie.
Georgië ligt aan de voet van de Kaukasus, een beetje tussen Europa en Azië geprangd. Het land is dubbel zo groot als België en telt ongeveer 5 miljoen inwoners. Het landschap is zeer gevarieerd met in het noorden de Kaukasus met bergen van meer dan 5000 meter hoog, die het land beschermen tegen de koude lucht vanuit het noorden. Vanuit de Zwarte Zee komt er warme, vochtige lucht. West-Georgië heeft een vochtig subtropisch klimaat, terwijl het klimaat in Oost-Georgië varieert van een vochtig tot een vrij droog en meer continentaal klimaat. De verschillende landschappen leveren een ongewoon gevarieerde flora en fauna op.
Volgens archeologische vondsten wordt hier reeds 7000 jaar wijn gemaakt. Met recht en rede kan men hier dan ook spreken van het oudste wijngebied ter wereld.
De omstandigheden om aan wijnbouw te doen zijn hier zeer goed, en hoe verder je naar het oosten trekt, (hoe kleiner de net te warme en te vochtige invloed van de Zwarte Zee) hoe beter deze condities worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bijna driekwart alle wijnen uit de oostelijke provincie Kakheti komt, waar het gematigd landklimaat bijna ideaal is voor wijnbouw. Van het kleine twintigtal specifieke appellaties liggen er veertien in deze provincie.
Georgiërs beweren dat ze in het Aards Paradijs wonen – het land kent ook het grootste aantal honderdjarigen ter wereld! Ze vertellen hierover het volgende verhaal: Toen God de aarde onder de mensen verdeelde waren de Georgiërs druk bezig te feesten: genietend van een heerlijke maaltijd, wijn drinkend en op elkaars gezondheid toastend. Wanneer God hen eindelijk vond, was de aarde reeds verdeeld. Ze hielden echter vol dat ze op God zelf getoast hadden voor zo’n gulheid en nodigden hem uit bij de maaltijd. God vermaakte zich zo goed dat hij uiteindelijk hen het land schonk dat hij voor zichzelf gereserveerd had.
Druiven
Het druivenareaal van Georgië is ronduit verbluffend : meer dan 500 verschillende druivenrassen staan hier aangeplant. Een voor ons onoverzichtelijk kluwen van uitspreekbare druiven, die ter wille van de naamsbekendheid aangevuld worden met enkele Westerse succesnummers als chardonnay en cabernet.
Het grootste deel van de aanplant bestaat uit witte druiven, maar de mooiste toekomst lijkt te zijn weggelegd voor de rode saperavi. Deze druif, die haar oorsprong vindt in de Kakheti-regio, heeft cilindrisch-conische druiven en groeit in kleine tot middelgrote, dichte trossen. Ze heeft als bijzonderheid dat het sap (dat bij andere druivenrassen bijna altijd kleurloos is) gekleurd is. Komt hierbij nog dat de plant vrij lage natuurlijke rendementen geeft (10 tot 20 hl/ha!). De druiven rijpen vrij laat en hebben – naast veel kleur – een vrij dikke schil. De wijnen die van deze druiven komen hebben een hoge natuurlijke zuurtegraad en vrij veel tannine. De geur en smaak is zowel vrij kruidig als zachtfruitig met vooral rood fruit, hoewel we vaak ook tonen van zwarte vruchten terugvinden. Mits wat goede wil zou je deze druif met een Zinfandel kunnen vergelijken.
Kwevri
Tenslotte kent Georgië nog een speciale productiemethode : een groot deel van de wijnen wordt er nog in kwevris gevinifieerd. Kwevris zijn aardewerken amforen die tot de hals in de grond werden ingegraven en waarin de druivenmost twee tot vier maanden weekt en gist. Deze millenia oude techniek heeft als voordeel dat de temperatuur van het gistende sap op een volstrekt natuurlijke wijze beheerst wordt en nooit boven de 24° stijgt. Hierdoor wordt meer smaak uit de druiven gehaald en kunnen de aroma’s meer diepgang en precisie ontwikkelen. Deze methode brengt echter enkele gevaren en moeilijkheden met zich mee : naast een evident probleem van het hygiënisch onderhoud moet de wijnmaker de ontwikkeling van de wijn voldoende opvolgen. Ook de bescherming tegen oxidatie valt niet echt mee. In onze degustatie (zie hoger) merkten we niet alleen enkele geoxideerde wijnen, maar vooral vaak wijnen met flink wat restzoet (ook bij de ‘droge’ rode wijnen) doordat de gisting zijn volledige cyclus kon afmaken. Tenslotte zorgt deze productiemethode ook nog voor wat wel eens ‘primitieve smaken’ worden genoemd. Het zijn smaakpatronen waar onze Westerse papillen niet (meer) aan gewend zijn. Gelukkig trachten veel commerciële wijndomeinen dit op te lossen door een houtrijping die de ruwe kantjes wat bijvijlen.
|
|